Doorgaan naar hoofdcontent

WOORD VAN DE WEEK Klerennamen

 

Deze week in ‘Woord van de week’ niet één woord, maar een aantal woorden. Het is opvallend hoeveel kledingstukken naar bekende mensen en/of hoogwaardigheidsbekleders zijn genoemd. Soms omdat zij een rol hebben gespeeld bij het tot stand komen van het kledingstuk, maar vaker is het tamelijk willekeurig waarom het naar deze persoon is genoemd. Vaak weten we niet eens meer dat het om persoonsnamen gaat, maar is de naam synoniem geworden met een voorwerp.


Zo is er de molière, een lage schoen die met een veter gesloten wordt. Dit model schoenen werd in de 19e eeuw populair en wordt nog steeds gedragen. Genoemd naar de Franse toneelschrijver Molière, pseudoniem van Jean-Baptiste Poquelin, die leefde van 1622-1673. Hij staat bekend om zijn satirische komedies, die nog steeds gespeeld worden, zoals ‘De vrek’, ‘De ingebeelde zieke’, of ‘Tartuffe’. De schoen ‘molière’ heet alleen in Nederland zo, omdat dit model in zijn tijd al veel gedragen werd. In Frankrijk heet de schoen dan weer ‘richelieu’, naar de staatsman Richelieu (1585-1642), eigenlijk Armand Jean du Plessis, cardinal de Richelieu, die wij kunnen kennen uit het boek ‘De drie musketiers’ van Alexandre Dumas père, als tegenstander van de Franse koning en zijn lijfwacht, de musketiers.

 

Het colbert is genoemd naar de Franse staatsman Jean-Baptiste Colbert (1619-1683) en is een jasje zonder panden. Het hoe en waarom van de benaming is niet bekend, het model jasje werd pas gedragen vanaf de 19e eeuw en komt in 1881 voor het eerst voor in een advertentie. Wat de staatsman Colbert ermee te maken heeft is onduidelijk, hij was een van de bekendste Franse staatslieden uit de Franse Gouden Eeuw. Hij had enige bemoeienis met de Franse kant- en textielindustrie, maar of dat de reden is, weten we niet. Van de echtgenoot van koningin Victoria, prins Albert van Saxen-Coburg en Gotha, wordt verteld dat hij vanwege een groeiend buikje zijn onderste knoopje open liet staan van zijn jasjes, een gebruik dat aan het hof werd overgenomen en zich daarna over het land en de wereld verspreidde. Nog steeds is het niet gebruikelijk het onderste knoopje van het colbert te sluiten.

 

Zo’n buikje bij mannen heet ook wel een ‘embonpoint’, een verbastering van het Franse ‘en bon point’, dat ‘in goede conditie’ betekent en een eufemisme is voor ‘weldoorvoed’. Naar prins Albert is ook een jas vernoemd, de ‘prinsalbert’, een lange geklede jas, die ook wel ‘Edwardiaans’ wordt genoemd, naar zijn zoon die na het overlijden van Victoria koning werd. Dit wellicht om verwarring te voorkomen met die andere ‘prins Albert’, die de prins volgens zeggen heeft gedragen: een piercing door de onderkant van de eikel. Naar verluidt prettig voor beide echtelieden, Albert en Victoria kregen dan ook negen kinderen, voor de prins op 42-jarige leeftijd overleed.De spencer, een mouwloze trui, die zijn leven begon als een kort modieus jasje, is genoemd naar de Britse politicus George John Spencer (1758-1834) die minister van Marine was toen de spencer populair was. Midden jaren ’30 raakte het woord in ongebruik, maar dook in de jaren ’70 weer op als benaming voor een mouwloze trui.

Het noemen van zaken naar personen noemen we ‘eponiemen’. Veel zijn bekend, maar andere zijn in de geschiedenis verloren gegaan. Zo is het ‘kiekje’ afkomstig van de fotograaf Israël Kiek, die in 1858 in Leiden een fotozaak begon en veel Leidse studentengroepen fotografeerde, wat vaak snel moest gebeuren vanwege de alcoholinname door zijn onderwerp. ‘Kiekjes’, dus.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Oud en Wijs “DE MENS LIJDT HET MEEST, DOOR HET LIJDEN DAT HIJ VREEST.”

    Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

HET BIJZONDERE WOORD VAN VANDAAG: FLAMOES

Iedere week bespreken Louis en Sophie in hun uitzending op vrijdagavond een bijzonder woord en de oorsprong ervan. Je kunt hun verhalen hier teruglezen. Vandaag het leuke woord: FLAMOES  Even was er twijfel of Louis zich vergist had en dit een recept zou zijn met een spelfout waardoor het vla-moes moest zijn? Iets als Vanillevla met perenmoes, of zoiets.  Maar dat was het niet. De bedoeling was toch echt het woord flamoes! De betekenis is het vrouwelijk geslachtsdeel en het is misscien verrassend dat het helemaal niet duidelijk waar het vandaan komt.  Er wordt door de kenners wel een verband gesuggereerd met het Duitse Möse zoals dat eind 18e eeuw wordt aangetroffen, of Mütze, dat wij kennen als ‘muts’ in de betekenis ‘domme vrouw’, maar het element fla- blijft dan onverklaard.   Er is een woord ‘plamoes’, dat dunne slappe modder betekent, maar dat heeft ook geen aantoonbaar verband. Waarschijnlijk moet dan eerder gedacht worden aan een dialectvorm van het woord...

OUD EN WIJS: In Nederland komt er nooit revolutie, want hier mag je niet op het gras lopen. Karl Marx (1818 – 1883)

Iedere week bespraken Louis en Sophie in hun uitzendingen in 2021 op vrijdagavond in de rubriek ‘Oud en Wijs’ een bijzondere spreuk of citaat. Je kunt ze hier teruglezen. Vandaag een bijzonder citaat over de Nederlandse politiek van Karl Marx.   In zijn tijd werd Karl Marx omarmd maar ook gezien als die man met die opruiende ideeën.  In die tijd werden fabrieksarbeiders in de fabriek bezocht door een mannen die kwamen  vertellen over Marx en dat ze lid moesten worden van de bond, en vaak werden zij er ook weer uitgebonjourd. Wat zou zo’n man als Marx nu eigenlijk weten over Nederland?  Maar misschien zal je dat toch verbazen! Zijn moeder was Nederlands en zijn vader had een Amsterdamse rabbijn als stiefvader. Zijn oom Martin was fabrikant van tabaksdozen in Nijmegen, zijn oom David advocaat in Amsterdam en Paramaribo en zijn tante Sophie trouwde een tabakshandelaar in Zaltbommel. Zij gaven Marx een tijdlang onderdak toen hij zonder geld zat en Das Kapital aan het sch...