Doorgaan naar hoofdcontent

SPOTPRENT VAN DE WEEK Over karikaturen en satire: ofwel wat is de oorsprong van de spotprent?
 


“Het woord karikatuur dateert uit de periode van de Italiaanse Renaissance rond 1590 en beschrijft een type portret dat overdreven kenmerken weergeeft, meestal om een getuigenis af te leggen over de kenmerken van de geportretteerde – meestal zijn negatieve fysieke kenmerken en tekortkomingen accentuerend.” (C.C. McPhee, N.M. Orenstein, 2011) Aangenomen wordt dat het afkomstig is van de Italiaanse woorden ‘carico’ en ‘caricare’, die ‘beladen’ of ‘overdrijving’ betekenen. Die zijn op hun beurt van het Latijnse ‘carrus’ afkomstig, waar ons woord ‘kar’ ook vandaan komt.


Het heeft ook een taalkundig verband met de namen van de gebroeders Agostino en Annibale Carraci uit Bologna. Zij namen geregeld een pauze van hun opdrachtwerk als portrettisten om tekeningetjes te maken van mensen met overdreven gelaatstrekken. Enerzijds als oefening en tijdverdrijf, anderzijds als een soort persoonlijk protest tegen de artistieke eisen van de tijd, die een soort hyperrealisme en eenvoudige thema’s verlangden in de gebruikelijke afbeeldingen, van religieuze scènes of portretten van rijke opdrachtgevers. In hun tekenopleiding stimuleerden zij hun leerlingen om snelle schetsen te maken van mensen, dieren of objecten om zo het wezen van de fysiek van het onderwerp te vangen.

Geen fotobeschrijving beschikbaar.
Verschillende artiesten uit die tijd hielden zich met het karikaturiseren bezig, waaronder Leonardo da Vinci, Michelangelo, Giuseppe Archimboldo of Hieronymus Bosch. Al vallen de laatste twee enigszins buiten het spectrum van de karikatuur, omdat zij meer groteske vormen schilderden en geen echte mensen met hun tekortkomingen, maar figuren misvormden of combineerden met dieren en objectkenmerken om demonen en buitenaardse entiteiten weer te geven. Da Vinci is het meest met karikaturen geassocieerd, al werd zijn stijl destijds ‘grotesk’ genoemd. Hij werd aangetrokken door figuren met bizarre hoofden (teste bizarre) en schiep er een genoegen in hun trekken in zijn geheugen op te slaan om ze later in zijn atelier vervormd weer te geven. 

Geen fotobeschrijving beschikbaar.
Deze vormen van karikaturen tekenen waren echter alleen bedoeld voor privédoeleinden en niet voor publicatie. De karikatuur zoals wij die nu kennen ontstond in Groot-Brittannië in de 18e eeuw, dankzij de verspreiding van de nieuwe techniek van: de drukpers. Daarmee ontstond ook de satire en van daaruit de spotprent. Terwijl een karikatuur slechts een overdreven weergave van de fysieke karakteristiek van een persoon weergeeft, wil satire daar een commentaar op geven, op de interne tekortkomingen en karakterfouten, wijzend op immorele eigenschappen en ondeugden, maar op een humoristische wijze. Satire bestond natuurlijk al eeuwen, maar alleen in geschrift en niet op een beeldende manier.

De geopolitieke situatie en de technologische vooruitgang stimuleerden de opkomst van de spotprent in Groot-Brittannië. Verzet tegen de heersende censuur werd door de revoluties in Amerika en Frankrijk aangewakkerd. De Verlichtingsidealen van rede, wetenschappelijke vooruitgang en kennis gaven een gevoel van morele en politieke oppermacht. Dit gaf kunstenaars, zoals James Gillray, de mogelijkheid hun mening weer te geven met gebruik van zowel karikatuur als satire, die echter zonder de uitvinding van de drukpers onmogelijk zou zijn geweest. Een nieuw genre in de kunst was ontstaan, waar wij tot op heden van kunnen genieten! 

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Oud en Wijs “DE MENS LIJDT HET MEEST, DOOR HET LIJDEN DAT HIJ VREEST.”

    Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

HET BIJZONDERE WOORD VAN VANDAAG: FLAMOES

Iedere week bespreken Louis en Sophie in hun uitzending op vrijdagavond een bijzonder woord en de oorsprong ervan. Je kunt hun verhalen hier teruglezen. Vandaag het leuke woord: FLAMOES  Even was er twijfel of Louis zich vergist had en dit een recept zou zijn met een spelfout waardoor het vla-moes moest zijn? Iets als Vanillevla met perenmoes, of zoiets.  Maar dat was het niet. De bedoeling was toch echt het woord flamoes! De betekenis is het vrouwelijk geslachtsdeel en het is misscien verrassend dat het helemaal niet duidelijk waar het vandaan komt.  Er wordt door de kenners wel een verband gesuggereerd met het Duitse Möse zoals dat eind 18e eeuw wordt aangetroffen, of Mütze, dat wij kennen als ‘muts’ in de betekenis ‘domme vrouw’, maar het element fla- blijft dan onverklaard.   Er is een woord ‘plamoes’, dat dunne slappe modder betekent, maar dat heeft ook geen aantoonbaar verband. Waarschijnlijk moet dan eerder gedacht worden aan een dialectvorm van het woord...

OUD & WIJS: ZO BRUTAAL ALS DE BEUL.

OUD & WIJS:  ZO BRUTAAL ALS DE BEUL.  Ofwel. De eerste klap was een daalder waard! Brutaal, tegenwoordig betekent het ‘onbeschoft’ of ‘stout’, maar oorspronkelijk ging de betekenis veel verder: ‘beestachtig’ betekende het in de 16e eeuw. En wat een beul moest doen, was dat destijds ook. Radbraken, bijvoorbeeld, het breken van armen en benen van iemand die op een wiel was vastgebonden. En dan niet één keer, maar liefst per lichaamsdeel zo vaak mogelijk. Of iemand de duimschroeven aanzetten, een apparaatje waarbij de botten in de vingers stuk voor stuk gebroken konden worden. Dan was een onthoofding een ware opluchting, want snel voorbij. Tenzij de beul zijn werk niet goed deed en er twee, drie of vier keer hakken voor nodig had. Andere smerige klusjes waren bijvoorbeeld de keren dat iemand eerst de ingewanden uit het lijf gesneden moesten worden, voor de genadeklap kwam. De beul werd per klap betaald en om er meer zeker van te zijn dat die goed gedaan werd, was de beloning ...