Doorgaan naar hoofdcontent

RECEPT VAN WELEER Kokostulband


Met haar handen vol spullen kwam Sophie, de 1e huishoudster van mevrouw Belle de Fleurdelis, de keuken van de villa van Weleer binnen. Daar was Louis, de Franse chef-kok van mevrouw druk in de weer om een lekker kokostulbandbeslag te maken. ‘Wat ‘eb jij daar allemaal bij je?’, vroeg hij met een lichte Franse tongval, ‘Papieren en een lap leer, naalden en draad. Wat ben jij van plan?’ Sophie moest erom grinniken. ‘Ik wil nieuwe etiketten schrijven voor de weckpotten en de kruidenpotjes, voordat alles van de moestuin komt en ik te laat ben. Maar eerst moet ik een nieuwe inktlap maken, de oude is op.’

‘Ink-tlap? Qu’est-ce que ça?’ ‘Nee, een inktlap! Daar veeg ik mijn pen aan af als ik klaar ben met schrijven. Anders blijft de inkt eraan zitten en droogt op en dan kan ik er niet meer mee schrijven. Ik weet wel dat er pennen zijn die je kunt navullen met inkt en die je niet hoeft af te vegen, maar die hebben gouden punten en dat kan ik niet betalen. Bovendien gaat een pennetje naar je hand staan en daar schrijf ik het beste mee.’ De kok begreep er niet veel van. Het meeste schrijfwerk dat hij deed was nog steeds gewoon met potlood en potloden kon je slijpen als de punt te bot was geworden. Nieuwsgierig keek hij toe hoe de huishoudster bezig was.

‘Ik heb de oude zeem van mevrouw gekregen om een inktlap van te maken. Zie je wel? Ik knip eerst drie of vier vierkanten van dezelfde grootte. En dan heb ik hier twee knopen van mijn oude jurk, die naai ik vast met een stevige draad. Moet ik wel eerst de draad door het oog van de naald zien te krijgen… Dat wordt ook steeds lastiger met de jaren. Of de naalden nu kleiner worden, of de draden dikker? Zo, en dan de lapjes op elkaar leggen en in het midden aan weerszijden, boven en onder, een knoop vastnaaien. En daar is mijn inktlap klaar en kan die weer jaren mee. Handig hè?’

De chef-kok stond te kijken van de behendigheid waarmee de huishoudster een voor hem onbekend artikeltje in elkaar flanste. En dat allemaal van spullen die al een keer gebruikt waren voor iets anders. Dat was nog eens een zuinigheid! Daar kon menigeen een puntje aan zuigen. Hij had ondertussen zijn beslag klaar en liet dat in de tulbandvorm lopen. Nog even in de oven en de hele villa kon van een heerlijk stukje cake genieten. Net als jullie!

Vet de bakvorm in met boter en strooi er wat bloem in, dat over de hele binnenkant verdeeld wordt. Wat over is kan eruit geklopt worden. Verwarm de kokosmelk in een pannetje, maar laat het niet heet worden, het moet naar kamertemperatuur afkoelen.
Klop in de beslagkom suiker, boter, vanille-extract en zout tot een luchtig mengsel. Dan één voor één de eieren erin kloppen. Pas als een ei volledig is opgenomen het volgende erin. Voeg om de beurt de bloem, 75 gram geraspte kokos en het bakpoeder toe. Begin en eindig met bloem. Meng dan de afgekoelde kokosmelk toe. Giet tenslotte het beslag in de bakvorm. Bak in 50 tot 60 minuten gaar in een op 180 graden voorverwarmde oven. Een satéprikker moet er schoon uitkomen, als de tulband gaar is. Laat een paar minuten rusten en keer dan om op een rooster of schaal. Laat de verwarmde honing over de tulband lopen en strooi de rest van de geraspte kokos over de tulband. Geniet er van!



Reacties

Populaire posts van deze blog

Oud en Wijs “DE MENS LIJDT HET MEEST, DOOR HET LIJDEN DAT HIJ VREEST.”

    Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

HET BIJZONDERE WOORD VAN VANDAAG: FLAMOES

Iedere week bespreken Louis en Sophie in hun uitzending op vrijdagavond een bijzonder woord en de oorsprong ervan. Je kunt hun verhalen hier teruglezen. Vandaag het leuke woord: FLAMOES  Even was er twijfel of Louis zich vergist had en dit een recept zou zijn met een spelfout waardoor het vla-moes moest zijn? Iets als Vanillevla met perenmoes, of zoiets.  Maar dat was het niet. De bedoeling was toch echt het woord flamoes! De betekenis is het vrouwelijk geslachtsdeel en het is misscien verrassend dat het helemaal niet duidelijk waar het vandaan komt.  Er wordt door de kenners wel een verband gesuggereerd met het Duitse Möse zoals dat eind 18e eeuw wordt aangetroffen, of Mütze, dat wij kennen als ‘muts’ in de betekenis ‘domme vrouw’, maar het element fla- blijft dan onverklaard.   Er is een woord ‘plamoes’, dat dunne slappe modder betekent, maar dat heeft ook geen aantoonbaar verband. Waarschijnlijk moet dan eerder gedacht worden aan een dialectvorm van het woord...

OUD & WIJS: ZO BRUTAAL ALS DE BEUL.

OUD & WIJS:  ZO BRUTAAL ALS DE BEUL.  Ofwel. De eerste klap was een daalder waard! Brutaal, tegenwoordig betekent het ‘onbeschoft’ of ‘stout’, maar oorspronkelijk ging de betekenis veel verder: ‘beestachtig’ betekende het in de 16e eeuw. En wat een beul moest doen, was dat destijds ook. Radbraken, bijvoorbeeld, het breken van armen en benen van iemand die op een wiel was vastgebonden. En dan niet één keer, maar liefst per lichaamsdeel zo vaak mogelijk. Of iemand de duimschroeven aanzetten, een apparaatje waarbij de botten in de vingers stuk voor stuk gebroken konden worden. Dan was een onthoofding een ware opluchting, want snel voorbij. Tenzij de beul zijn werk niet goed deed en er twee, drie of vier keer hakken voor nodig had. Andere smerige klusjes waren bijvoorbeeld de keren dat iemand eerst de ingewanden uit het lijf gesneden moesten worden, voor de genadeklap kwam. De beul werd per klap betaald en om er meer zeker van te zijn dat die goed gedaan werd, was de beloning ...