Doorgaan naar hoofdcontent

FOTO VAN WELEER Nederland en de Nobelprijs

 

FOTO VAN WELEER 

Nederland en de Nobelprijs


De hoogste eer voor een sporter is een gouden medaille halen op de Olympische Spelen, of als voetballer de wereldbeker winnen. Voor een wetenschapper is het een Nobelprijs winnen. Daarvoor moet je echt iets baanbrekends wetenschappelijks gepresteerd hebben; vandaar dat die prijs soms pas jaren na een ontdekking wordt toegekend, omdat dan het belang ervan is doorgedrongen tot de wetenschappelijke gemeenschap en de resultaten zijn gecontroleerd. Men gaat nu eenmaal niet over één nacht ijs.

De Nobelprijs werd in 1895 ingesteld in het testament van Alfred Nobel, uitvinder van het dynamiet, dat het uiterst instabiele nitroglycerine verving. De prijs werd na zijn overlijden in 1901 voor het eerst uitgereikt. Ook in Nederland is die prijs meermalen gevallen, al zat ons land er soms ook net naast. Bij de prijs voor Wilhelm Röntgen bijvoorbeeld, ontdekker van bijzondere straling die door zachte materialen kon dringen, lange tijd in Nederland woonde, een Nederlandse moeder had, maar de Duitse nationaliteit.

Bij die eerste uitreiking viel Nederland direct in de prijzen; de Nobelprijs voor scheikunde ging naar Jacobus Henricus van ’t Hoff, voor zijn ontdekking van de wetten van chemische evenwichten en osmotische waarde in oplossingen. In 1902 wonnen Hendrik Antoon Lorentz en Pieter Zeeman de prijs voor natuurkunde voor hun onderzoek naar de invloed van magnetisme spectraallijnen, het ‘zeemaneffect’. 1911 was het de beurt aan Tobias Asser die de Nobelprijs voor de Vrede kreeg als mede-initiatiefnemer en voorzitter van de Haagse Vredesconferenties in 1899 en 1907, die weliswaar niet de 1e Wereldoorlog konden voorkomen, maar wel het startschot voor het Vredespaleis en het Hof van Arbitrage waren en grote inspiratie voor zowel Volkerenbond als Verenigde Naties.

 In 1913 kreeg weer een Nederlander de prijs voor Natuurkunde: Heike Kamerlingh Onnes, die de eigenschappen van materie bij lage temperaturen onderzocht en hierbij de supergeleiding ontdekte op 8 april 1911, wat leidde tot onder andere de productie van vloeibaar helium leidde. Van hem is de bekende uitdrukking ‘meten is weten’ in een toespraak uit 1882. Willem Einthoven kreeg in 1924 de prijs voor Fysiologie of Geneeskunde voor de ontdekking van het mechanisme van het elektrocardiogram en in 1929 Christiaan Eijkman dezelfde prijs voor de ontdekking van diverse vitamines.


We slaan er een paar over om bij de Nobelprijs voor Economie te komen, in 1969 voor Jan Tinbergen, die met Ragnar Frisch de grondlegger werd van de econometrie. Dat richt zich op het in getallen uitdrukken van de relaties tussen economische grootheden. Jan Tinbergen onderstreepte de uitdrukking van Kamerlingh Onnes: "Om de een of andere vreemde en betreurenswaardige reden zijn mensen meer onder de indruk van woorden dan van cijfers, tot grote schade voor de mensheid." Hij studeerde in Leiden bij Hendrik Lorentz, Nobelprijswinnaar in 1902, discussieerde met Heike Kamerlingh Onnes, winnaar in 1913 en ontmoette er Albert Einstein winnaar in 1921.

 

Zijn jongere broer Niko Tinbergen kreeg in 1973 de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde voor het onderzoek naar het gedrag van sociale dieren. O.a. de ‘danstaal van bijen en de fixatie van jonge vogels op hun moeder. Zo experimenteerde hij op Terschelling met zelfgemaakte vogelkopmodellen om uit te vinden wat de betekenis is van de rode vlek op de snavel van zilvermeeuwen. En zo zijn er meer bijzondere Nederlandse winnaars, te veel om hier op te noemen!

 

Reacties