Doorgaan naar hoofdcontent

SPOTPRENT DE TEVREDEN ROKER

Geen fotobeschrijving beschikbaar.
‘Een tevreden roker is geen onruststoker’, een slogan van de tabaksindustrie uit de jaren ’30, veelal aangetroffen op bordjes op pijpenrekjes. De slogan moest uitdrukken dat iemand die een pijpje of sigaar opstak vergenoegd kon genieten van zijn rokertje (vrouwen rookten hooguit een ‘cigaret’, wat al als ietwat ordinair werd gezien) en niemand lastig zou vallen.


In de jaren ’60 kreeg de slogan een andere invulling, nadat hij werd gebruikt door Provo en anti-rookmagiër Robert-Jasper Grootveld als opening van zijn happenings rond het Lieverdje op het Amsterdamse Spui. Verkleed en beschilderd als een sjamaan riep Grootveld het publiek toe: `'s Zondags rook ik mijn pijpje, dat begrijp je' en `Een tevreden roker is geen onruststoker', waarop het toegestroomde publiek antwoordde met ‘Uche, uche, uche’. Het roken zelf veranderde ook van betekenis en ging het gebruik van wiet en hasj betekenen. En een ‘stonede’ gebruiker viel inderdaad weinig mensen lastig tijdens de roes.Oorspronkelijk werd er natuurlijk gerookt uit een Goudse pijp, een industrie die vanaf 1617 explosief groeide. Het was een Engelsman die als eerste pijpen ging maken in Gouda. Daar had men, vanwege de goed bewerkbare klei, al vele pottenbakkersovens staan, van pottenbakkers die in het pijpen bakken een welkome aanvulling op het inkomen zagen. De kenmerkende zeer lange stelen kwamen vanaf 1730 in de mode, maar gingen ook snel stuk. Wie heeft er niet eens bij graafwerkzaamheden een stuk pijpensteel of een pijpenkop gevonden?


In het buitenland zag men de Nederlander als een roker pur sang. Dat is terug te zien op veel, vooral Engelse spotprenten. Zoals deze, waarop twee specifiek Nederlandse eigenaardigheden werden verenigd: roken en zich op scherpe smalle stukken ijzer voortbewegen over bevroren water: het schaatsen. Waarschijnlijk geïnspireerd door de Volendamse klederdracht hebben alle mannen een wijde broek aan, waardoor ze enorme achterwerken krijgen: toonbeeld van Hollands Welvaren en jaloersmakend voor de arme Engelsen. Op een andere prent wordt Napoleon door rokende ‘Dutchmen’ belaagd, staand op een vat jenever, omringd door haring, kaas, donker bier. De prent uit 1813 geeft het einde van de Franse tijd weer, nadat Napoleon bij zijn veldtocht naar Moskou en de Volkenslag bij Leipzig zijn militaire macht is kwijtgeraakt. Later dat jaar zou het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden worden uitgeroepen, met Willem I, zoon van erfstadhouder Willem V, als koning. 

Geen fotobeschrijving beschikbaar. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Oud en Wijs “DE MENS LIJDT HET MEEST, DOOR HET LIJDEN DAT HIJ VREEST.”

    Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

OUD EN WIJS: In Nederland komt er nooit revolutie, want hier mag je niet op het gras lopen. Karl Marx (1818 – 1883)

Iedere week bespraken Louis en Sophie in hun uitzendingen in 2021 op vrijdagavond in de rubriek ‘Oud en Wijs’ een bijzondere spreuk of citaat. Je kunt ze hier teruglezen. Vandaag een bijzonder citaat over de Nederlandse politiek van Karl Marx.   In zijn tijd werd Karl Marx omarmd maar ook gezien als die man met die opruiende ideeën.  In die tijd werden fabrieksarbeiders in de fabriek bezocht door een mannen die kwamen  vertellen over Marx en dat ze lid moesten worden van de bond, en vaak werden zij er ook weer uitgebonjourd. Wat zou zo’n man als Marx nu eigenlijk weten over Nederland?  Maar misschien zal je dat toch verbazen! Zijn moeder was Nederlands en zijn vader had een Amsterdamse rabbijn als stiefvader. Zijn oom Martin was fabrikant van tabaksdozen in Nijmegen, zijn oom David advocaat in Amsterdam en Paramaribo en zijn tante Sophie trouwde een tabakshandelaar in Zaltbommel. Zij gaven Marx een tijdlang onderdak toen hij zonder geld zat en Das Kapital aan het sch...

FOTO VAN WELEER 24 september 1664: Nieuw-Amsterdam wordt New York

Uiteraard deze keer geen echte foto, de fotografie was tenslotte in 1664 nog niet uitgevonden. Het aantal beelden is ook beperkt, er zijn wat oude kaarten en er is één bekend portret van de toenmalige gouverneur van de stad, Peter Stuyvesant. Die heette eigenlijk Pieter, maar zijn naam werd verengelst, net als de kolonie waar hij de baas over was, en is hij bekend als Peter. Hij stond ook bekend als ‘Zilveren Been’ en ‘Peg Leg Pete’, vanwege zijn houten been dat met spijkers en metalen versierselen bedekt was. Dat houten been liep hij op als directeur voor de West-Indische Compagnie van de ABC-eilanden, Aruba, Bonaire en Curaçao, een kolonie van de Zeven Verenigde Nederlanden. In april 1644 leidde hij een aanval op een fort op Sint Maarten, waarbij op een heuvel een batterij kanonnen werd ingericht. Peter besloot eigenhandig een vlag te planten op de batterij, waarop een kanonskogel zijn rechterbeen afschoot. Omdat zijn been in het tropische klimaat niet wilde genezen. Keerde hij terug...