Doorgaan naar hoofdcontent

FOTO VAN WELEER 15 juli 1965: eerste uitzending van Nederland 2.

 

Wie nu de 60 gepasseerd is, zal het zich vast nog herinneren: de opkomst van de televisie in ons land. Werden er al in de jaren ’30 proefuitzendingen gemaakt, reguliere uitzendingen van Nederlandse televisie kwamen er pas in de jaren ’50. Natuurlijk heeft de Tweede Wereldoorlog ook daar de geschiedenis op achterstand gezet. Maar vanaf de jaren 50 en de Wederopbouw ging het langzaam beter met ons land. Vanaf 1951 werden er televisieprogramma’s uitgezonden door de publieke omroep, gefinancierd door belastinggeld. In 1960 waren er al ongeveer 600.000 televisies verkocht.

 

Gemiddeld werd er ongeveer 30 uur per week gekeken. Het was gebruikelijk dat wie over een toestel beschikte de kinderen uit de straat toestond om op woensdagmiddag en zaterdagmiddag massaal in de huiskamer naar de speciale kinderprogramma’s te laten kijken. Vaak waren er per straat maar één of twee toestellen. Er ontstond een grote saamhorigheid en e kinderen vertelden thuis aan hun ouders enthousiast over wat zij gezien hadden, een poppenserie zoals de avonturen van Dappere Dodo, of Ollie B. Bommel en Tom Poes. Over Mik en Mak en Oma Tingeling van het Huisje op de Vier Windstreken, of over een andere gespeelde serie als Okkie Trooy, de uitvinder met een koffertje vol verse krentenbollen. ‘Mik” werd gespeeld door Donald Jones en kwam terug bij ‘Pipo’, beide geschreven door Wim Meuldijk. Wie jonger is: vraag je ouders of grootouders er maar eens naar!

 De uitzendingen waren verdeeld over de zendgemachtigden, naar ratio van het aantal leden dat zij hadden. Die zendgemachtigden waren nog langs zogenaamde ‘zuilen’ georganiseerd. Katholiek, protestant, vrijzinnig protestant of sociaal-democraat: KRO, NCRV, VPRO en VARA. Al was de oudste organisatie, de AVRO, niet verbonden aan een religie of partij. Zij zagen zich vooral als toekomstige nationale zender en bedienden elk publiek, ongeacht geloof of overtuiging. Tot hun grote verontwaardiging besloot de christelijke regering de zendtijd gelijkelijk te verdelen onder de 5 omroepen en kreeg ieder 20%. De AVRO mocht wel in 1951 de eerste eigen televisie-uitzending verzorgen. 
Die eerste uitzending was een groot succes, omdat de bioloog dr. A.F.J. Portielje uit Artis een reuzenpad had meegenomen. Dat leverde dagenlang gespreksstof op. Alle uitzendingen waren destijds live. Er bestond nog geen andere mogelijkheid om iets op te nemen dan op film, die eerst ontwikkeld moest worden en dan gemonteerd, een tijdrovende klus. Later kwamen er AMPEX-banden, een vorm van brede videotape, maar die waren erg duur en werden dus vaak hergebruikt. Hierdoor werd de oorspronkelijke opname gewist. Reden waarom er zo weinig materiaal van bijvoorbeeld een legendarisch programma als ‘Ja zuster, nee zuster’ is terug te vinden.

 

Een aantal van die oude series hebben erg lang gelopen. ‘Pipo de clown’ heeft het van 1958 tot 1980 uitgehouden. Waarbij zij pas in de tweede serie hun karakteristieke woonwagen, vaak nog steeds ‘Pipowagen’ genoemd van de bevriende zigeuner Felicio kregen. Ook ‘Swiebertje’ zwierf jarenlang over het scherm. Na de eerste twee afleveringen in 1955 startte de serie in 1962 en liep tot 1975. Acteur Joop Doderer werd daarna nog steeds als zwerver gezien en zag zijn carrière gefnuikt door wat het ‘Swiebertje-effect’ is gaan heten. Jean Dulieu, nom-de-plume van Jan van Oort, bedacht Paulus de Boskabouter in 1944. Na de oorlog maakte de VARA er een hoorspel van en in 1875 kwam Paulus op tv als de eerste kinderserie in kleur. Dulieu sprak als altijd alle stemmen in. De Engelse versie van de televisieserie  werd bekeken in Groot-Brittannië, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland.

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Oud en Wijs “DE MENS LIJDT HET MEEST, DOOR HET LIJDEN DAT HIJ VREEST.”

    Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

OUD EN WIJS: In Nederland komt er nooit revolutie, want hier mag je niet op het gras lopen. Karl Marx (1818 – 1883)

Iedere week bespraken Louis en Sophie in hun uitzendingen in 2021 op vrijdagavond in de rubriek ‘Oud en Wijs’ een bijzondere spreuk of citaat. Je kunt ze hier teruglezen. Vandaag een bijzonder citaat over de Nederlandse politiek van Karl Marx.   In zijn tijd werd Karl Marx omarmd maar ook gezien als die man met die opruiende ideeën.  In die tijd werden fabrieksarbeiders in de fabriek bezocht door een mannen die kwamen  vertellen over Marx en dat ze lid moesten worden van de bond, en vaak werden zij er ook weer uitgebonjourd. Wat zou zo’n man als Marx nu eigenlijk weten over Nederland?  Maar misschien zal je dat toch verbazen! Zijn moeder was Nederlands en zijn vader had een Amsterdamse rabbijn als stiefvader. Zijn oom Martin was fabrikant van tabaksdozen in Nijmegen, zijn oom David advocaat in Amsterdam en Paramaribo en zijn tante Sophie trouwde een tabakshandelaar in Zaltbommel. Zij gaven Marx een tijdlang onderdak toen hij zonder geld zat en Das Kapital aan het sch...

FOTO VAN WELEER 24 september 1664: Nieuw-Amsterdam wordt New York

Uiteraard deze keer geen echte foto, de fotografie was tenslotte in 1664 nog niet uitgevonden. Het aantal beelden is ook beperkt, er zijn wat oude kaarten en er is één bekend portret van de toenmalige gouverneur van de stad, Peter Stuyvesant. Die heette eigenlijk Pieter, maar zijn naam werd verengelst, net als de kolonie waar hij de baas over was, en is hij bekend als Peter. Hij stond ook bekend als ‘Zilveren Been’ en ‘Peg Leg Pete’, vanwege zijn houten been dat met spijkers en metalen versierselen bedekt was. Dat houten been liep hij op als directeur voor de West-Indische Compagnie van de ABC-eilanden, Aruba, Bonaire en Curaçao, een kolonie van de Zeven Verenigde Nederlanden. In april 1644 leidde hij een aanval op een fort op Sint Maarten, waarbij op een heuvel een batterij kanonnen werd ingericht. Peter besloot eigenhandig een vlag te planten op de batterij, waarop een kanonskogel zijn rechterbeen afschoot. Omdat zijn been in het tropische klimaat niet wilde genezen. Keerde hij terug...