Doorgaan naar hoofdcontent

FOTO VAN WELEER 10 juli 1584: moord op Willem van Oranje.



Eén van de geschiedkundige feiten die haast elke Nederlander uit het hoofd kent is, naast ‘1600 Slag bij Nieuwpoort’ de moord op Willem van Oranje op 10 juli 1584 in de Prinsenhof in Delft. Ook de naam van de moordenaar is al te bekend, of beter gezegd: berucht. De naam Balthasar Gerards heeft de eeuwen doorstaan. 

Gerards werd in 1557 geboren in Vuillafans in de oostelijke provincie Franche-Comté, vlakbij Besançon. Hij kreeg een streng-katholieke opvoeding en ging op 12-jarige leeftijd studeren in Dole, waar Willem van Oranje ooit stadhouder was. Voor Gerards was het een verrader, omdat hij de kant van de protestanten had gekozen, die zich verzetten tegen de Spaanse overheersing van Nederland door koning Filips II, zoon van Karel V. Filips liet Willem in 1580 vogelvrij verklaren na zijn bekendmaking dat hij de vervolging van de protestanten fout vond en ontzegde Willem de toegang tot de Nederlanden.

Gerards nam zich direct voor Willem te doden toen hij in 1581 van de vogelvrijverklaring hoorde. De uitgeloofde beloning van 25.000 gouden kronen (nu zo’n 3 miljoen euro) en in de adelstand verheven worden, zal daar wellicht in hebben meegespeeld. Op weg naar Delft bezocht hij zijn neef Jean Duprel in Luxemburg en vernam dat er een succesvolle aanslag was gepleegd door Jean Jaureguy. Die was echter mislukt en Gerards trad in het leger om te proberen dichter bij van Oranje te komen. Na enkele veldtochten werd hem duidelijk dat dat niet werkte en omdat zijn neef ontslag uit het leger weigerde, deserteerde hij in 1584.

De landvoogd van de Nederlanden, de hertog van Parma had weinig fiducie in Gerrards handelen, maar gaf te kennen dat deze zijn gang mocht gaan. Gerards nam de valse naam van François Guyon aan en meldde zich in Delft. Hij werd aangenomen en op reis gestuurd naar Frankrijk, waarbij hij op de terugweg twee pistolen kocht. Op 10 juli liet hij weten graag met de prins te willen spreken, die hem een audiëntie gunde na het middageten. Toen de prins daarna de trap afkwam schoot Gerards tweemaal, waarbij hij Willem van Oranje op slag doodde. Onderzoek wijst uit dat hij zijn beroemde laatste woorden: "Mon Dieu, ayez pitié de mon âme... Mon Dieu, ayez pitié de ce pauvre peuple.", nooit heeft kunnen uitspreken.

Gerards werd op de vlucht gepakt en opgesloten. Omdat de schepenen wilden weten wie zijn opdrachtgever was, werd hij gemarteld: geslagen, opgehangen met aan elke grote teen 150 pond, naalden onder zijn nagels gestoken en meer. Uiteindelijk noemde hij de hertog van Parma. Daarna werd hij ter dood veroordeeld op een nog gruwelijker wijze: de rechterhand met een gloeiend ijzer afgeknepen, vlezige delen van het lichaam eveneens afgeknepen, levend gevierendeeld, het hart uitgesneden, het hoofd afgehakt en op een staak gespietst. Zijn lichaamsdelen werden op vier verschillende poorten van Delft tentoongesteld. 

Zijn familie probeerde de beloning op te eisen, maar Spanje was tamelijk bankroet. Wel kregen zij drie ‘heerlijkheden’ in Franche-Comté die van Willem waren geweest. Lang hebben zij er niet van kunnen genieten, omdat de katholiek gebleven eerste zoon van Willem de bezittingen met succes opeiste. In Vuillafans is een straat naar Balthasar Gerards genoemd. In de jaren ’80 van de vorige eeuw was er een succesvolle Amsterdamse punkband die zich ‘Balthasar Gerards Kommando’ noemde, analoog en met een knipoog naar linkse terreurorganisaties.

 






Reacties

Populaire posts van deze blog

Oud en Wijs “DE MENS LIJDT HET MEEST, DOOR HET LIJDEN DAT HIJ VREEST.”

    Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

DE PAUS IN UTRECHT!

DE PAUS IN UTRECHT!   Oh, wat een dag was dat, toen de paus naar Utrecht kwam! Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Nee Louis, niet paus Adrianus VI, zo oud ben ik nu.... Terug naar mijn verhaal. De Salon van Weleer was in rep en roer, want zo'n bezoek maak je niet vaak mee. Paus Johannes Paulus II, zou op 12 mei 1985 ons stadje, Utrecht bezoeken. Ja ja Louis, die van dat liedje Popie Jopie. Mevrouw Belle de Fleurdelis was druk bezig met de voorbereidingen en ik hielp natuurlijk waar ik kon. Nee ja Louis, de paus is inderdaad niet in de Salon geweest... dat zeg ik toch ook niet. In ieder geval terug naar het verhaal. De verwachting was dat de straten vol zouden staan met mensen, maar het tegendeel bleek waar. Het was echt een bizarre aanblik, die lege straten. In Den Bosch was het al rustig, maar Utrecht spande de kroon met de protesten. Mensen hingen aan lantaarnpalen en riepen "Pope go home!". Het was een chaos zoals ik die nog nooit had gezien. De beelden va...

OUD EN WIJS: In Nederland komt er nooit revolutie, want hier mag je niet op het gras lopen. Karl Marx (1818 – 1883)

Iedere week bespraken Louis en Sophie in hun uitzendingen in 2021 op vrijdagavond in de rubriek ‘Oud en Wijs’ een bijzondere spreuk of citaat. Je kunt ze hier teruglezen. Vandaag een bijzonder citaat over de Nederlandse politiek van Karl Marx.   In zijn tijd werd Karl Marx omarmd maar ook gezien als die man met die opruiende ideeën.  In die tijd werden fabrieksarbeiders in de fabriek bezocht door een mannen die kwamen  vertellen over Marx en dat ze lid moesten worden van de bond, en vaak werden zij er ook weer uitgebonjourd. Wat zou zo’n man als Marx nu eigenlijk weten over Nederland?  Maar misschien zal je dat toch verbazen! Zijn moeder was Nederlands en zijn vader had een Amsterdamse rabbijn als stiefvader. Zijn oom Martin was fabrikant van tabaksdozen in Nijmegen, zijn oom David advocaat in Amsterdam en Paramaribo en zijn tante Sophie trouwde een tabakshandelaar in Zaltbommel. Zij gaven Marx een tijdlang onderdak toen hij zonder geld zat en Das Kapital aan het sch...