Doorgaan naar hoofdcontent

OUD EN WIJS ‘Ik wantrouw de mensen die in een ton zijn opgegroeid en nooit anders dan door een gaatje hebben gekeken.’ François Rabelais

Geen fotobeschrijving beschikbaar.
François Rabelais, geboren in La Devinière (in de buurt van Chinon) in 1483, al wordt soms 1494 verondersteld, en overleden in Parijs op 9 april 1553) was één van de meest geleerde 16e-eeuwse Fransen. Begonnen als Franciscaner monnik, omdat men toentertijd alleen als je heel rijk was kon gaan studeren of als je monnik was. Die hadden bibliotheken vol met boeken. Hij studeerde Grieks en Latijn, geneeskunde, filologie en rechten.


Filologie is de leer van taal- en letterkunde van dode talen. Rabelais studeerde aan de universiteiten van Poitiers en Montpellier. Hij was één van de bekendste humanisten uit de renaissance. Humanisten wilden door de studie van het verleden en de klassieken de mens de gelegenheid geven zijn werkelijke bestemming te bereiken. Daarbij was taalonderwijs een belangrijk onderdeel. Dat is wat de mens van de dieren onderscheidt en in staat stelt tot filosoferen en zich ook moreel ontwikkelen. Daar hoort ook een gevoel voor esthetiek bij.

Esthetiek kan zich in van alles uiten en tot uitdrukking komen in alles wat je doet. Zoals wanneer je probeert lekker eten te maken, maar dat moet er ook goed uit zien. Dat is een onderdeel van de smaakbeleving. Iets wat er lekker uitziet, smaakt ook beter. Dat is regelmatig het probleem met de Nederlandse keuken. Buitenlanders gruwen van wat wij eten, niet alleen de boterham met kaas, die hier voor de lunch doorgaat, maar ook de vele stamppotten. Het ziet er vaak niet uit, dus is eten niet meer dan het onderhouden van het lichaam en schuift iedereen het naar binnen en gaat weer verder.

Geen fotobeschrijving beschikbaar.
Naast zijn werk als arts, waarvoor hij naar Lyon verhuisde, een van de intellectuele centra van Frankrijk, bewerkte hij Latijnse teksten voor drukker Sébastien Gryphe, een Duits-Franse boekdrukker in Lyon, Frankrijk. Deze droeg bij tot de verspreiding van literatuur van de klassieke oudheid onder Franse humanisten en hugenoten. Het bekendste werk van Rabelais is ‘Gargantua en Pantagruel’ is een reeks van vijf romans, gepubliceerd tussen 1532 en 1564, over de avonturen van twee reuzen, vader Gargantua en zijn zoon Pantagruel, extravagant en satirisch beschreven.


Gargantua en Pantagruel wordt tot de belangrijkste werken van de wereldliteratuur gerekend. Er wordt vermoed dat het boek zelfs Shakespeare heeft beïnvloed. schrijvers als Sterne, Nashe, Diderot, Voltaire en De La Fontaine waren bewonderaars van Rabelais. Op de Universiteit van Parijs, de Sorbonne, werd het boek verafschuwd, maar de Franse koning was er zeer gecharmeerd van. Daardoor durfde Rabelais de laatse delen onder zijn eigen naam, in plaats van onder een pseudoniem, te publiceren.   Voltaire zag in het boek 'een historische parabel tegen het christendom'. Het boek werd meerdere keren volledig vertaald in het Nederlands, de eerste keer al in 1682 door N.J. Wieringa. Zeer bekend werden de negentiende-eeuwse Franse uitgaven met illustraties van Gustave Doré.


Rabelais vroeg de paus om van de Franciscanen naar de Benedictijnen te mogen overstappen, omdat de Franciscanen zich met zijn studies bemoeiden en zijn blikveld beperkten. Die wilden hem alleen door een gaatje laten kijken… 

Geen fotobeschrijving beschikbaar. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Oud en Wijs “DE MENS LIJDT HET MEEST, DOOR HET LIJDEN DAT HIJ VREEST.”

    Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

HET BIJZONDERE WOORD VAN VANDAAG: FLAMOES

Iedere week bespreken Louis en Sophie in hun uitzending op vrijdagavond een bijzonder woord en de oorsprong ervan. Je kunt hun verhalen hier teruglezen. Vandaag het leuke woord: FLAMOES  Even was er twijfel of Louis zich vergist had en dit een recept zou zijn met een spelfout waardoor het vla-moes moest zijn? Iets als Vanillevla met perenmoes, of zoiets.  Maar dat was het niet. De bedoeling was toch echt het woord flamoes! De betekenis is het vrouwelijk geslachtsdeel en het is misscien verrassend dat het helemaal niet duidelijk waar het vandaan komt.  Er wordt door de kenners wel een verband gesuggereerd met het Duitse Möse zoals dat eind 18e eeuw wordt aangetroffen, of Mütze, dat wij kennen als ‘muts’ in de betekenis ‘domme vrouw’, maar het element fla- blijft dan onverklaard.   Er is een woord ‘plamoes’, dat dunne slappe modder betekent, maar dat heeft ook geen aantoonbaar verband. Waarschijnlijk moet dan eerder gedacht worden aan een dialectvorm van het woord...

OUD & WIJS: ZO BRUTAAL ALS DE BEUL.

OUD & WIJS:  ZO BRUTAAL ALS DE BEUL.  Ofwel. De eerste klap was een daalder waard! Brutaal, tegenwoordig betekent het ‘onbeschoft’ of ‘stout’, maar oorspronkelijk ging de betekenis veel verder: ‘beestachtig’ betekende het in de 16e eeuw. En wat een beul moest doen, was dat destijds ook. Radbraken, bijvoorbeeld, het breken van armen en benen van iemand die op een wiel was vastgebonden. En dan niet één keer, maar liefst per lichaamsdeel zo vaak mogelijk. Of iemand de duimschroeven aanzetten, een apparaatje waarbij de botten in de vingers stuk voor stuk gebroken konden worden. Dan was een onthoofding een ware opluchting, want snel voorbij. Tenzij de beul zijn werk niet goed deed en er twee, drie of vier keer hakken voor nodig had. Andere smerige klusjes waren bijvoorbeeld de keren dat iemand eerst de ingewanden uit het lijf gesneden moesten worden, voor de genadeklap kwam. De beul werd per klap betaald en om er meer zeker van te zijn dat die goed gedaan werd, was de beloning ...