Dat Nederland een schaatsland pur sang is, staat buiten kijf. Er wordt al eeuwen geschaatst, zodra de winter het toelaat. Heel vroeger bond men dierenbotten onder de schoenen, zogenaamde ‘glissen’, vastgemaakt met pezen en duwde zich voort met prikstokken. Afzetten op de zijkant was onmogelijk door de vorm van de botten. Die bevatten relatief veel vet, zodat zij niet aan het ijs bleven kleven. Er zijn beschrijvingen van wedstrijden op 5 of 8 kilometer overgeleverd uit 1555. Glissen werden tot het begin van de 19e eeuw gebruikt, door wie zich geen schaatsen konden veroorloven, of door kinderen, om hen aan het ijs te laten wennen. De eerste legendarische Nederlandse schaatser was natuurlijk Jaap Eden. Op 16-jarige leeftijd won hij zijn eerste wedstrijd, 160 meter op de korte baan. In 1893, 1895 en 1896 werd hij wereldkampioen allround in respectievelijk Amsterdam, Hamar en Sint Petersburg. In 1894 haalde hij twee wereldrecords, op de vijf kilometer, dat zeventien jaar bleef staan. Ook de...
Artikelen en recepten uit de tijd van weleer