In maart 1959 kwam de eerste DAF personenauto van de lopende band. Al in februari 1958 aangekondigd op de AutoRAI, maar toen was de wagen nog niet helemaal productierijp. Desondanks werden er al 4000 bestellingen geplaatst. Het zou de eerste van een lange rij automatische modellen worden, van een internationale kwaliteit, maar met een langdurig en moeilijk imagoprobleem.
De gebroeders Van Doorne, Hub en de jongere Wim, begonnen aanvankelijk in 1928 een machinefabriekje. In die branche waren zij in Woonplaats Deurne al werkzaam geweest. Begonnen in constructiewerk, leidde dit tot het vervaardigen van opleggers. Dat werd zo succesvol dat al twee jaar later in Eindhoven een fabriek in opleggers geopend kon worden, die vanaf 1932 onder de naam Van Doorne's Aanhangwagen Fabriek, afgekort D.A.F.. Met name Hub was iemand die steeds bezig was om technische verbeteringen toe te passen en uitvindingen te doen. Zo werd er een losser ontwikkeld om spoorwegladingen over te laden en een zogenaamde ‘tradoconstructie’, waarmee vierwielige wagens in zeswielige veranderd konden worden.
Al tijdens de Tweede Wereldoorlog had Hub een dwergautootje ontwikkeld, dat de bijnaam ‘de regenjas’ kreeg. Het moest een klein wagentje voor het volk worden, wat echter nooit in productie is genomen. Na een omzwerving via een circus kwam het enige prototype uiteindelijk in het DAF Museum in Eindhoven terecht. In de jaren vijftig reed Hub een Buick met als versnellingsbak de ‘Dynaflow’. Dat beviel hem zodanig dat hij een automatische auto wilde ontwikkelen, maar de Dynaflow was te zwaar en daardoor onpraktisch. De lopende band in de fabriek bracht hem naar verluidt op het idee rubberen banden te gebruiken voor de aandrijving. 
De uitvinding van de ‘Variomatic’ was doorslaggevend om ook personenauto’s te gaan ontwikkelen. De Van Doorne’s stonden erop dat het een kleine wagen moest worden. Zo werd de DAF 600, naar het aantal cc’s van de motor, in 1958 op de RAI voor het eerst aan het publiek getoond. Inclusief de Variomatic, de eerste continu variabele transmissie voor auto’s ter wereld. Het succes van alle wagens die door DAF werden gebouwd maakten uitbreiding van de productiecapaciteit noodzakelijk. Aangezien er in Limburg grote werkloosheid was ontstaan door de sluiting van de mijnen kreeg het bedrijf een grote subsidie wanneer zij in Limburg zouden bouwen. Dat werd de fabriek in Born.
Vanaf het begin van de DAF personenwagens hadden zij te lijden onder een slecht imago. Rijden met een automaat werd als ‘niet sportief’ gezien en alleen voor bejaarden geschikt. Inderdaad waren het vaak oudere vrouwen die DAF gingen rijden, waardoor het autootje de bijnaam ‘truttenschudder’ kreeg. In diverse rally’s en duurtesten deed de DAF het helemaal niet slecht. In 1968 kwam een DAF 55 als 17e over de streep in de 16.500 km lange Londen-Sydney Marathon. Slechts 43 van de 97 deelnemers haalden überhaupt de finish. In het programma ‘Ter land, ter zee en in de lucht’ was de DAF wel populair omdat het net zo hard achteruit als vooruit kon rijden. Maar kijkers keken vooral vanwege de vele ongelukken, met commentaar van André van Duin. De vernieuwde Variomatic, ‘Transmatic’ werd desondanks toegepast in de Fiat Panda, Ford Fiësta, Subaru Justy, Suzuki Alto en de Nissan Micra en de Volvo 440. De personenwagentak werd overgenomen door Volvo, die in 1981 met de productie stopte.
Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

Reacties
Een reactie posten