Doorgaan naar hoofdcontent

RECEPT VAN WELEER Vega Bloemkool Alfred

Het bezoek van Kiki, de Indische collega van Louis, de Franse chef-kok van mevrouw Belle de Fleurdelis in de villa van Weleer, (zie Recept van Weleer 238) was uitgelopen op een bijzonder gezellige avond. Na het verorberen van de romige kip in pindasaus, naar recept van dezelfde Kiki, was er een jolige sfeer ontstaan. De twee mannen haalden herinneringen op aan de tijd dat zij samen hadden gewerkt in de keuken van een baron en barones in Parijs. Aan de bijzondere gerechten die zij voor feestelijke gelegenheden klaar hadden gemaakt, de liflafjes waar mevrouw de barones zo van hield en het bijzondere gezelschap waar zij in hadden verkeerd. 

Dat waren niet alleen de gasten die door de heer en mevrouw des huizes werden ontvangen, ook het personeel dat in en rond het paleisachtige gebouw werkzaam was. De eenogige tuinman, bijvoorbeeld, die de naar 17e-eeuws voorbeeld ingerichte tuinen om het huis moest onderhouden. Omdat hij door het gebrek van een oog moeite had met het zien van diepte, moest hij altijd geholpen worden de randen van de grasvelden en de bloemenperken te onderhouden. Daartoe werden er om de paar maanden paaltjes geslagen aan de randen van de perken en grasveldjes, waar dan weer touwtjes aan werden gespannen. Zo had de tuinman een leidraad om de randen strak af te kunnen werken. Werd dat niet gedaan, dan weken de randen op onregelmatige wijze heen en weer, alsof ze door een stomdronken hovenier waren opgeknapt. 

Niet dat er nooit iemand dronken was in het huis. Meneer de baron stond erom bekend nogal van een slokje te houden. Wanneer dat gebeurde op een soiree of een partijtje of feest, dan wist zijn vrouw meestal de zaken wel in de hand te houden. Dat was anders wanneer het een gewone doordeweekse dag was en meneer ‘per ongeluk’ een glas whisky of een flesje wijn teveel had genuttigd. Als een echte kasteelheer meende hij dan dat hij zich allerlei vrijheden kon veroorloven, met name met het vrouwelijk deel van het personeel. De kamermeisjes en het bedienend personeel werd dan onopvallend ontzien door hen te vervangen door de huisknechten. 

Het liep ook weleens verkeerd af, zoals de keer dat meneer de wasvrouw, gebogen over de tobbe met heet water en vuile was, bij de heupen beetpakte. De vrouw, voor geen kleintje vervaard, had hem in een reflex beetgepakt en ruggelings in de tobbe gekwakt. Ze had pas gezien wie zij in deze judogreep had genomen, toen het zeepsop zich boven het gezicht van de baron gesloten had. Het onvrijwillige bad had een direct ontnuchterend effect op meneer. Het personeel had besmuikt gniffelend de ‘walk of shame’ van de druipende baron gade geslagen. En zo volgden nog veel andere verhalen, die Sophie met rode oortjes aanhoorde. Daarbij vergeleken was de villa van Weleer een oase van rust. En Kiki was niet te beroerd nog een heerlijk recept of wat te delen. Zoals van de vegetarische ‘Bloemkool Alfredo’.

Snij de bloemkool in roosjes en kook die gaar in 10-12 minuten. Meng in de blender met de boter, melk, kruiden en edelgistvlokken tot een romig geheel. Kies voor de boter en melk een plantaardig alternatief naar smaak. Kook de spaghetti volgens de aanwijzingen op de verpakking beetgaar en giet af. Kook de laatste minuten de doperwten mee. Meng door de pasta en doperwten en warm door. Garneer met kleingesneden peterselie en bieslook. Eet smakelijk!










 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Oud en Wijs “DE MENS LIJDT HET MEEST, DOOR HET LIJDEN DAT HIJ VREEST.”

    Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

HET BIJZONDERE WOORD VAN VANDAAG: FLAMOES

Iedere week bespreken Louis en Sophie in hun uitzending op vrijdagavond een bijzonder woord en de oorsprong ervan. Je kunt hun verhalen hier teruglezen. Vandaag het leuke woord: FLAMOES  Even was er twijfel of Louis zich vergist had en dit een recept zou zijn met een spelfout waardoor het vla-moes moest zijn? Iets als Vanillevla met perenmoes, of zoiets.  Maar dat was het niet. De bedoeling was toch echt het woord flamoes! De betekenis is het vrouwelijk geslachtsdeel en het is misscien verrassend dat het helemaal niet duidelijk waar het vandaan komt.  Er wordt door de kenners wel een verband gesuggereerd met het Duitse Möse zoals dat eind 18e eeuw wordt aangetroffen, of Mütze, dat wij kennen als ‘muts’ in de betekenis ‘domme vrouw’, maar het element fla- blijft dan onverklaard.   Er is een woord ‘plamoes’, dat dunne slappe modder betekent, maar dat heeft ook geen aantoonbaar verband. Waarschijnlijk moet dan eerder gedacht worden aan een dialectvorm van het woord...

OUD & WIJS: ZO BRUTAAL ALS DE BEUL.

OUD & WIJS:  ZO BRUTAAL ALS DE BEUL.  Ofwel. De eerste klap was een daalder waard! Brutaal, tegenwoordig betekent het ‘onbeschoft’ of ‘stout’, maar oorspronkelijk ging de betekenis veel verder: ‘beestachtig’ betekende het in de 16e eeuw. En wat een beul moest doen, was dat destijds ook. Radbraken, bijvoorbeeld, het breken van armen en benen van iemand die op een wiel was vastgebonden. En dan niet één keer, maar liefst per lichaamsdeel zo vaak mogelijk. Of iemand de duimschroeven aanzetten, een apparaatje waarbij de botten in de vingers stuk voor stuk gebroken konden worden. Dan was een onthoofding een ware opluchting, want snel voorbij. Tenzij de beul zijn werk niet goed deed en er twee, drie of vier keer hakken voor nodig had. Andere smerige klusjes waren bijvoorbeeld de keren dat iemand eerst de ingewanden uit het lijf gesneden moesten worden, voor de genadeklap kwam. De beul werd per klap betaald en om er meer zeker van te zijn dat die goed gedaan werd, was de beloning ...