Doorgaan naar hoofdcontent

11 MAART 1955 OVERLIJDT DE ONTDEKKER VAN DE PENICILLINE

Alexander Fleming is onsterfelijk geworden door zijn ontdekking van de penicilline, waarmee miljoenen mensenlevens zijn gered. Ook nu nog, al zijn er nu meer verschillende vormen van antibiotica voorhanden. Er duikt zelfs een ander gevaar op: bacteriën die resistent worden tegen diezelfde antibiotica, waardoor mensen weer overlijden aan aandoeningen die anderhalve eeuw lang gemakkelijk te genezen waren. Daarom wordt er weer actief gezocht naar middelen waar bacteriën niet resistent tegen zijn.

Eeuwenlang, al sinds de oude Grieken en Romeinen, was er een tamelijk simpele behandeling voor allerlei kwalen waar de mens aan kon lijden. Van hoofdpijn, koortsen en snelle hartslag tot onregelmatige menstruatie, waterzucht, steenvorming in de blaas, zwangerschap en de pest was er één behandeling: aderlaten. Dat werd al in oude Egyptische papyri beschreven. De methode waarmee er werd adergelaten verschilde; van een sneetje in een ader maken en het bloed eruit laten lopen, tot het plaatsen van speciaal daarvoor gekweekte bloedzuigers en het plaatsen van koppen.
Daarbij werden glazen of koperen bollen licht verhit en op de huid geplaatst. De afkoelende lucht vormde een vacuüm en via sneetjes in de huid werd er bloed naar buiten getrokken. ‘Koppen’ of ‘cupping’ wordt nog steeds in alternatieve geneeswijzen toegepast, al mogen er geen sneetjes meer gemaakt worden.

In de 18e eeuw begon het langzaam door te dringen dat aderlating meestal voor meer problemen zorgde dan het oploste. Bekend is het geval van de Amerikaanse president George Washington bij wie vanwege een keelpijn in een paar uur tijd bijna 80% van de totale hoeveelheid bloed werd afgenomen. Overbodig te zeggen dat hij nog dezelfde avond overleed. De Franse medicus François-Joseph-Victor Broussais (1772-1838) stond wegens het overvloedig gebruik van bloedzuigers bekend als ‘de vampier der geneeskunde. In een karikatuur werd hij afgebeeld als zeggende dat er nog 50 bloedzuigers geplaatst moesten worden, hoewel de patiënt meldde geen druppel bloed meer te hebben.

In 1928 was de Schotse boerenzoon Fleming onderzoek aan het doen naar stafylokokken. Er doen verschillende versies van de ontdekking de ronde, maar het komt erop neer, dat na een korte vakantie Fleming ontdekt dat in één van zijn kweekschaaltjes een schimmel is terecht gekomen, via schimmelsporen uit de lucht. Voordat hij zijn eerste impuls om het schaaltje weg te gooien volgt, kijkt hij er nog even naar onder de microscoop en ziet dat rond de plaats waar de schimmel is gegroeid de stafylokokken zijn verdwenen. De schimmel is van het soort ‘Penicillium’, vandaar dat hij de bacteriedodende stof ‘penicilline’ noemt. Het lukt hem echter niet om de stof in bruikbare hoeveelheden af te zonderen. Het spul is slecht houdbaar en de juiste scheikundige instrumenten ontbreken.

Tien jaar later, bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, werken de Australische patholoog Howard Florey en de Duitse biochemicus Ernst Chain op dat moment beiden aan de universiteit van Oxford en stuiten op een publicatie van Fleming over penicilline. Het lukt hen de bacteriedodende stof af te zonderen en redden een aan bloedvergiftiging lijdende politieman in 1940 als eerste met penicilline. De stof wordt zo snel mogelijk in massaproductie genomen en redt menig soldatenleven. In 1944 wordt Fleming geridderd en een jaar later krijgen Fleming, Florey en Chain de Nobelprijs voor de geneeskunde. Uiteindelijk overlijdt Fleming op 11 maart 1955 thuis aan een hartstilstand.
 








Reacties

Populaire posts van deze blog

Oud en Wijs “DE MENS LIJDT HET MEEST, DOOR HET LIJDEN DAT HIJ VREEST.”

    Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

DE PAUS IN UTRECHT!

DE PAUS IN UTRECHT!   Oh, wat een dag was dat, toen de paus naar Utrecht kwam! Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Nee Louis, niet paus Adrianus VI, zo oud ben ik nu.... Terug naar mijn verhaal. De Salon van Weleer was in rep en roer, want zo'n bezoek maak je niet vaak mee. Paus Johannes Paulus II, zou op 12 mei 1985 ons stadje, Utrecht bezoeken. Ja ja Louis, die van dat liedje Popie Jopie. Mevrouw Belle de Fleurdelis was druk bezig met de voorbereidingen en ik hielp natuurlijk waar ik kon. Nee ja Louis, de paus is inderdaad niet in de Salon geweest... dat zeg ik toch ook niet. In ieder geval terug naar het verhaal. De verwachting was dat de straten vol zouden staan met mensen, maar het tegendeel bleek waar. Het was echt een bizarre aanblik, die lege straten. In Den Bosch was het al rustig, maar Utrecht spande de kroon met de protesten. Mensen hingen aan lantaarnpalen en riepen "Pope go home!". Het was een chaos zoals ik die nog nooit had gezien. De beelden va...

OUD EN WIJS: In Nederland komt er nooit revolutie, want hier mag je niet op het gras lopen. Karl Marx (1818 – 1883)

Iedere week bespraken Louis en Sophie in hun uitzendingen in 2021 op vrijdagavond in de rubriek ‘Oud en Wijs’ een bijzondere spreuk of citaat. Je kunt ze hier teruglezen. Vandaag een bijzonder citaat over de Nederlandse politiek van Karl Marx.   In zijn tijd werd Karl Marx omarmd maar ook gezien als die man met die opruiende ideeën.  In die tijd werden fabrieksarbeiders in de fabriek bezocht door een mannen die kwamen  vertellen over Marx en dat ze lid moesten worden van de bond, en vaak werden zij er ook weer uitgebonjourd. Wat zou zo’n man als Marx nu eigenlijk weten over Nederland?  Maar misschien zal je dat toch verbazen! Zijn moeder was Nederlands en zijn vader had een Amsterdamse rabbijn als stiefvader. Zijn oom Martin was fabrikant van tabaksdozen in Nijmegen, zijn oom David advocaat in Amsterdam en Paramaribo en zijn tante Sophie trouwde een tabakshandelaar in Zaltbommel. Zij gaven Marx een tijdlang onderdak toen hij zonder geld zat en Das Kapital aan het sch...