Doorgaan naar hoofdcontent

RECEPT VAN WELEER Vegetarische ‘Beef’ Wellington

Sophie, de 1e huishoudster van mevrouw Belle de Fleurdelis, had het druk. Het liep tegen het einde van het jaar en dan moest er van alles gebeuren. Het huis moest schier stofvrij gemaakt worden, het houtwerk overal, van de kelder tot aan de zolder (bij wijze van spreken) diende in de olie gezet, kerstversieringen opgehangen, leveranciers ontvangen en boodschappenlijsten gecontroleerd. Vers ijs in de ijskelder, de wijnen geïnventariseerd en waar nodig aangevuld. De lijst was bijna eindeloos. En dan te bedenken dat het meeste werk over drie maanden weer opnieuw gedaan moest worden in naam van de voorjaarsschoonmaak.

De feestdagen waren voor Sophie niet echt een feest. Het waren de drukste dagen van het jaar en zij moest alles controleren en in de gaten houden. Als er iets mis ging of ontbrak, dan was zij degene die erop werd aangesproken. En als mevrouw iemand ergens op aansprak, dan hield zij zich niet in. Gelukkig was dit niet de eerste kerst die Sophie in goede banen moest leiden en ook het feit dat mevrouw niet meer getrouwd was maakte het werk eenvoudiger. De laatste jaren waren alleen de notabelen uit het dorp te gast, plus de rijksveldwachter Borst met zijn echtgenote. Het aantal gangen was beperkt tot zes, op zich was dat wel te behappen. 

Waar zij niet over hoefde in te zitten, was het eten. Daar zorgde zoals altijd de Franse chef-kok van mevrouw, Louis, voor. Die had niet alleen een Franse opleiding gehad, maar had ook een aantal jaren in keukens over de hele wereld gewerkt, zodat er bijna geen gerechten waren die nog geheimen voor hem hadden. Onder invloed van Sophie had hij zelfs een aantal streekgerechten uit Oost- en Noord-Nederland onder de knie gekregen; van balkenbrij tot een lekkere poffert, blote billetjes in het gras en kniepertjes met Oud en Nieuw. En het oude, enorme, houtgestookte fornuis gaf hem de gelegenheid om allerlei gerechten tegelijkertijd te bereiden.

Sophie ging eens even kijken in de keuken hoe het er daar voor stond. Bij binnenkomst vielen twee dingen haar direct op: twee kooien in de hoek, waar in de ene een mooie grote haan zat en in de andere een reusachtig konijn, niet voor niets een Vlaamse Reus. ‘Och’, riep zij uit, ‘Johan en Bertje! Wat doen die nu hier?’ Louis, de kok, keek haar verbaasd aan. ‘Zij komen op de kerstmenu, wat dacht je dan, chérie?’ ‘Op het kerstmenu? Ben je nu helemaal belatafeld? Johan maakt mij al drie jaar elke ochtend op tijd wakker en Bertje is het liefste konijn van de wereld. |Die gaan niet opgegeten worden! Over mijn lijk!’ ‘Mais, mais…’, sputterde de Fransman tegen. ‘Niks mèh, mèh! Komt niks van in, of je komt zelf op tafel’, dreigde ze. Louis moest even slikken. ‘Ehm, misschien kan ik ook iets anders bedenken…’ En zo geschiedde.

En dat kunnen wij ook! Een geheid succes op de kersttafel: Vega Wellington! Begin met de gedroogde paddenstoelen te wellen in kokend heet water. Zet ze net onder en laat 15 minuten staan. Schil de ui en knoflook en snij met alle paddenstoelen in kleine stukjes. Bak eerst de ui en de knoflook een paar minuten aan in een ruime koekenpan met wat olijfolie, voeg daarna de gesneden paddenstoelen toe. Doe hier 70 gram miso, gefermenteerde sojapasta, bij en laat het paddenstoelenvocht dit opnemen. Schep al bakkend om tot al het vocht verdampt is. Giet de geweekte paddenstoelen af, bewaar het vocht, snij ze in stukken en voeg aan de vulling toe. Schep die in een kom. Rooster de hazelnoten en hak ze grof. Roer ricotta, geraspte Parmezaan en hazelnoten door het paddenstoelenmengsel en breng op smaak met peper en zout. Vorm hier een compacte dikke worst van. Leg deze op een plak bladerdeeg en drapeer de andere plak er overheen. Druk de naden goed aan, bijvoorbeeld met een vork. Snij het teveel aan bladerdeeg weg en gebruik dit voor decoratie; blaadjes, sterren en dergelijke. Leg ze op de Wellington en druk aan. Klop een ei los en bestrijk het bladerdeeg ermee. Zet de Wellington 40-55 minuten in de oven, voorverwarmd op 180 graden, boven- en onderwarmte, of 160 graden hetelucht.
Maak een saus van 1 dl water in de pan waar de paddenstoelen in gebakken zijn en doe er 20 gram miso bij. Roer de aanbaksels los en voeg na 1-2 minuten het opgevangen weekwater en de slagroom toe. Doe een paar lepels in een bakje en doe er een paar theelepels maïzena bij. Roer dit door de saus en kook tot die wat dikker wordt. Laat de Vega Wellington even rusten en snijd dan aan met een scherp kartelmes. Smullen maar!
 











Reacties

Populaire posts van deze blog

Oud en Wijs “DE MENS LIJDT HET MEEST, DOOR HET LIJDEN DAT HIJ VREEST.”

    Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

OUD EN WIJS: In Nederland komt er nooit revolutie, want hier mag je niet op het gras lopen. Karl Marx (1818 – 1883)

Iedere week bespraken Louis en Sophie in hun uitzendingen in 2021 op vrijdagavond in de rubriek ‘Oud en Wijs’ een bijzondere spreuk of citaat. Je kunt ze hier teruglezen. Vandaag een bijzonder citaat over de Nederlandse politiek van Karl Marx.   In zijn tijd werd Karl Marx omarmd maar ook gezien als die man met die opruiende ideeën.  In die tijd werden fabrieksarbeiders in de fabriek bezocht door een mannen die kwamen  vertellen over Marx en dat ze lid moesten worden van de bond, en vaak werden zij er ook weer uitgebonjourd. Wat zou zo’n man als Marx nu eigenlijk weten over Nederland?  Maar misschien zal je dat toch verbazen! Zijn moeder was Nederlands en zijn vader had een Amsterdamse rabbijn als stiefvader. Zijn oom Martin was fabrikant van tabaksdozen in Nijmegen, zijn oom David advocaat in Amsterdam en Paramaribo en zijn tante Sophie trouwde een tabakshandelaar in Zaltbommel. Zij gaven Marx een tijdlang onderdak toen hij zonder geld zat en Das Kapital aan het sch...

RECEPT VAN WELEER Zomersoep

Sophie, de 1e huishoudster van mevrouw Belle de Fleurdelis, had haar dag niet. Waarschijnlijk was zij met het verkeerde been uit bed gestapt, maar zij kon zich niet herinneren met een ander been dan gewoonlijk uit bed te zijn gestapt. Ze was ook aan dezelfde kant als anders uit bed gekomen, dus het moest het gewone, goede been zijn geweest. Toch zat er al vanalles tegen deze dag. Het water was op in de lampetkan, dus zich op de kamer opfrissen zat er niet in. Bovendien had zij haar stukje zeep al laten vallen en dat was onder haar bed gegleden, waar het de enige stofvlok die er te vinden was ook had gevonden. Vervolgens trok zij haar onderhemdje achterstevoren aan, waar zij pas achter kwam toen zij haar dienstbodenjurk dichtknoopte. Dus kon zij weer opnieuw beginnen. Bij het serveren van het ontbijt aan mevrouw struikelde zij over een lopertje in de salon, waarbij zij gelukkig niet het hele ontbijt van het dienblad liet schuiven, maar de theekop wel een voetbad bezorgde. Mevrouw keek h...