Sophie, de 1e huishoudster van mevrouw Belle de Fleurdelis, boog zich over het stuur van haar fiets. Het was een doorsnee zwarte damesfiets, het soort dat in latere jaren een ‘omafiets’ werd genoemd, hoewel Sophie nooit oma zou worden. Met zo’n hoog stuur, waar je lekker rechtovereind op zat. Dat was over het algemeen een prima houding, behalve wanneer je, zoals nu, wind tegen had en het ook nog eens miezerde. Van die regen die je haast niet zag, maar waar je wel doornat van werd. Gelukkig had zij eraan gedacht om haar poncho mee te nemen en een regenkapje voor heur haar.
De miezerregen vormde een plasje op haar poncho, waar die over het stuur hing. Daarachter zakte de poncho een beetje naar beneden, waardoor er een holletje ontstond. Wanneer er naar haar zin te veel regen zich opgehoopt had achter het stuur, gaf zij vanachter de poncho een duwtje, zodat het plasje aan de voorzijde eraf liep. Dan moest ze wel oppassen dat ze dat water niet over haar benen en schoenen kreeg. Al met al was het geen prettig ritje van Vollenhoven terug naar de villa van Weleer. Maar zo nu en dan zat er niets anders op dan voor een extra boodschap naar het dorp te fietsen. Op zich vond zij dat niet zo erg, ware het niet dat zij dan ook weer terug moest en speciaal vandaag viel dat nogal tegen.
Ze was uitgenodigd geweest op een theekransje bij meneer pastoor. Nou ja, niet bij meneer pastoor, maar bij de dienstbode van meneer pastoor. Die had een nogal grote parochie, waardoor hij soms enkele dagen weg was om de mis te lezen in de meer afgelegen delen ervan. Ook die parochianen hadden recht op een herderlijk toezicht. Na de mis was er dan de gelegenheid tot biechten. Dat betekende dat meneer pastoor bij een van de beter gesitueerde parochianen bleef slapen. Dat was altijd een buitenkansje, het ontvangen van de pastoor maakte dat de betreffende parochiaan steeg in aanzien. Voor de pastoor betekende het een gezellige avond met een goede maaltijd en een drankje met een sigaar na afloop. Daar verheugde hij zich dan weer op. Een win-winsituatie voor beiden.
Gelukkig kwam daar de oprit van de villa in het zicht. Nog even en ze kon van haar fiets stappen, de poncho afdoen en de warme keuken binnenstappen. Daar zat waarschijnlijk Louis, de Franse chef van mevrouw al klaar met een kop hete thee of warme chocolademelk met iets lekkers. Dat was dan weer iets waar Sophie zich op kon verheugen, na zo’n barre tocht. En misschien was er ook iets te eten, want ze had bij het vertrek al gezien dat Louis bezig was om een lekker soepje te maken. Vaak mocht zij dan alvast een beetje voorproeven, nog voordat mevrouw de soep opgediend kreeg. Hmmm, lekker! Sophie zette nog een tandje bij, om sneller thuis te zijn.
Louis maakte vandaag een gembersoep met tijgergarnalen. Dat kunnen wij ook! Doe de olie in een grote pan en laat heet worden. Smoor de gember, knoflook en sjalot twee minuten. Giet dan de bouillon en chilisaus erbij en laat aan de kook komen. Laat op laag vuur ongeveer 20 minuten koken. Tegen het eind van de kooktijd de rijstnoedels bereiden volgens het voorschrift op de verpakking. Houd apart. Roer limoensap en vissaus naar smaak door de soep en voeg de garnalen, gepeld en ontdaan van de donkere darmdraad toe. Laat in een minuut of twee roze en gaar worden. Voeg dan de bosui en de noedels toe aan de soep. Schep in diepe borden of kommen en strooi er wat basilicum over. Eet smakelijk!




Reacties
Een reactie posten