Het was schroeiend heet in de villa van Weleer. De zon scheen al dagen onvermoeid op haar toppunt. Het leven was gaandeweg vertraagd. Iedereen deed wat er gedaan moest worden, maar in een veel lager tempo dan gebruikelijk. Het personeel stond extra vroeg op, om gebruik te maken van de uren dat het nog niet te warm was om te bewegen. Bovendien werd er van de heetste uren van de dag gebruik gemaakt om wat slaap in te halen, die er in de nacht bij was ingeschoten, omdat de hitte nog steeds te groot was om in slaap te vallen. Sophie, de 1e huishoudster van mevrouw Belle de Fleurdelis, de hoofdbewoner van de villa van Weleer, had het wat dat betreft niet getroffen met haar personeelszolderkamertje onder het dak. Daar bleef de hitte het langst hangen, dus waren de nachten vermoeiender dan de dagen.
Om bij te komen bleef de huishoudster weleens een tijd langer in de ijskelder rondhangen dan strikt noodzakelijk was. In die kelder, de diepste plek van de villa, werden vlees, groenten en zuivel bewaard. Grote ijsblokken hielden de kelder op temperatuur en werden regelmatig ververst. Uiteraard smolten zij langzaam weg en dan kwam er een vrachtwagen nieuwe ijsblokken brengen om de kelder op temperatuur te houden. Ook werden er ’s winters grote blokken ijs uit de vijver en nabijgelegen sloten gezaagd, die gedurende het voorjaar opgebruikt werden. Maar tegen de hitte zoals die de afgelopen dagen heerste was de kelder ook nauwelijks bestand. Louis, de Franse chef-kok van mevrouw bestelde dan een nieuwe lading blokken.
Deze keer had hij extra veel besteld, niet alleen omdat het smelten sneller ging dan gebruikelijk, maar ook om te gebruiken voor de verkoeling van het personeel. Zo had hij op het paadje achter de villa een grote kuip neergezet en die met vers water uit de pomp gevuld. Het gaf wel aan hoe warm het was, dat zelfs het pompwater niet meer steenkoud uit de grond kwam, maar een beetje lauwig aanvoelde. Maar aangevuld met enkele brokken van een stukgeslagen ijsblok werd het een uiterst verfrissend bad. Om beurten mocht het personeel er gebruik van maken om lekker af te koelen op de heetste momenten. Zij hadden het geluk dat mevrouw op haar pied de terre in Utrecht vertoefde, anders was het vast niet toegestaan. Hoewel Belle hen op zekere momenten ook weer kon verrassen door juist het goede voorbeeld te geven.
Nadat Sophie slechts gekleed in haar directoire en onderhemdje een kwartiertje in het bad had gelegen, kwam zij helemaal verfrist de keuken binnengelopen. Haar zwarte huishoudstersjurk had zij op het bovenste knoopje na weer dichtgeknoopt en zij was bezig haar witte schort vast te knopen. Haar natte haren verraadden dat zij zich helemaal kopje onder had laten gaan. Ze keek weer monter als altijd uit de ogen, het bad had haar goed gedaan! Louis had een volgende verrassing voor haar klaarstaan: een ijskoud drankje, gemaakt met fijngestampte vruchten uit de weckpot, vers water en ijsschilfers van een blok geschaafd. Dat was een delicatesse die de hitte een tijdje deed vergeten! En dat kunnen wij ook!
Voor de ‘avocado-komkommer-limoen-shake’: meng alle ingrediënten in de blender tot een egale massa. Vindt u de shake te dik, doe er dan nog wat water bij.
Voor de ‘bevroren-fruitsmoothie’: meng alle ingrediënten in de blender en serveer meteen. Heerlijk verfrissend!
‘Frisse munt en komkommerijsthee’: breng anderhalve liter water aan de kook en giet dat over het bosje munt. Laat wat afkoelen. Roer dan citroenrasp en limoen- en citroensap erdoor en doe er de komkommerplakjes bij. Voeg honing naar smaak toe en laat dat oplossen. Laat in de koelkast helemaal koud worden. Voor serveren de helft van de ijsblokjes in de kan doen en de rest over de glazen verdelen. Giet de thee door een theezeefje in de glazen en garneer eventueel met een plakje komkommer of een takje munt. Geniet er van!
Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...


Reacties
Een reactie posten