Doorgaan naar hoofdcontent

FOTO VAN WELEER 70 jaar autogordels!

 

Sinds 1975 is iedereen verplicht in de auto een gordel te dragen. Dat ging niet van harte. Diverse reclamecampagnes van het aloude Postbus 51 moesten de mensen ervan doordringen dat het dragen van een gordel levensreddend kon zijn. Daarvoor was er om te beginnen een naamsverandering nodig; eerst heetten ze ‘veiligheidsgordels’. Automobilisten vonden dat zij wel zelf voor de veiligheid zorg konden dragen. Maar dat is buiten de andere verkeersdeelnemers gerekend. Geen enkele automobilist gaat van huis met het idee ‘laat ik vandaag eens een vreselijk ongeluk krijgen’, en toch gebeuren zij dagelijks.

De uitvinding van de veiligheidsgordel is de Britse luchtvaartpionier George Cayley. De gordel was er dus al voor de auto en zelfs voor het vliegtuig. Cayley, ook uitvinder van de rupsband, experimenteerde met zweefvliegtuigen: grote vleugels met een karretje eronder in de vorm van een bootje. Die konden vliegend van een heuvel afdalen. Om de piloot te beschermen werd er een gordel gebruikt. De eerste die patent op een gordel aanvroeg, was de Amerikaan Edward J. Claghorn, op 10 februari 1885. Die werden vooral gebruikt in de paardentaxi’s in New York. Toen in het begin van de 20e eeuw het autoverkeer sterk opkwam, nam ook het aantal verkeersongelukken snel toe.

In de jaren 30 en 40 begonnen medici onderzoek te doen naar de effecten van een gordel bij een ongeluk. De positieve effecten werden al snel duidelijk en de onderzoekers spoorden autofabrikanten aan om hun modellen met gordels uit te rusten. Maar het was de neuroloog C. Hunter Shelden die in 1946 voor een doorbraak zorgde. Het viel hem in zijn praktijk op dat veel mensen na een ongeval ernstige verwondingen opliepen aan hun borstkas en hoofd, zelfs bij het dragen van een gordel. In 1955 pleitte hij bij het Amerikaanse Congress ervoor om verschillende technieken in te voeren om de veiligheid te verbeteren, zoals oprolbare gordels, een stuurkolom die kon inschuiven, een veiligheidskooi en de airbag.

Er werden vanaf 1956 al gordels als accessoire aangeboden door fabrikanten als Ford en Nash, maar de toekomst lag in Zweden! Op suggestie van veiligheidsinspecteurs van Vattenfall werd begonnen met het ontwikkelen van de driepuntsgordel. Dat werd aan Volvo aangeboden en daar ontwikkelde ingenieur Nils Bohlin de gordel zoals wij die vandaag de dag nog kennen. Sinds 1959 zat deze standaard in elke Volvo. Dat bedrijf besloot ook om het patent openbaar te zetten, zodat elke autofabrikant de technologie kon toepassen. Bohlin kreeg een lintje voor en er wordt wel gezegd dat hij een miljoen levens heeft gered.

In Nederland was er nogal wat weerstand tegen het dragen van een gordel. Mensen vonden hem niet lekker zitten, dat hun bewegingsvrijheid werd beperkt, van hun vrijheid beroofd, bang dat ze bij te water raken niet uit de auto konden komen en sommigen leek het zelfs beter om bij een ongeluk uit de auto geslingerd te kunnen worden! Aan de invoering ging dan ook een grote campagne vooraf. Sinds 1971 was het al verplicht om gordels voorin te hebben voor nieuwe auto’s. Diverse landen gingen ons al voor en daar bleek het aantal dodelijke slachtoffers met 50% af te nemen. Aangezien het aantal verkeersslachtoffers schrikbarend steeg, moest er iets gebeuren. Dieptepunt was 1972, toen er 3264 mensen omkwamen in het verkeer. Door allerlei maatregelen, zoals de verplichte gordel voor- en achterin en bijvoorbeeld snelheidslimieten, is dat aantal teruggebracht tot 759 in. 2025.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Oud en Wijs “DE MENS LIJDT HET MEEST, DOOR HET LIJDEN DAT HIJ VREEST.”

    Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

HET BIJZONDERE WOORD VAN VANDAAG: FLAMOES

Iedere week bespreken Louis en Sophie in hun uitzending op vrijdagavond een bijzonder woord en de oorsprong ervan. Je kunt hun verhalen hier teruglezen. Vandaag het leuke woord: FLAMOES  Even was er twijfel of Louis zich vergist had en dit een recept zou zijn met een spelfout waardoor het vla-moes moest zijn? Iets als Vanillevla met perenmoes, of zoiets.  Maar dat was het niet. De bedoeling was toch echt het woord flamoes! De betekenis is het vrouwelijk geslachtsdeel en het is misscien verrassend dat het helemaal niet duidelijk waar het vandaan komt.  Er wordt door de kenners wel een verband gesuggereerd met het Duitse Möse zoals dat eind 18e eeuw wordt aangetroffen, of Mütze, dat wij kennen als ‘muts’ in de betekenis ‘domme vrouw’, maar het element fla- blijft dan onverklaard.   Er is een woord ‘plamoes’, dat dunne slappe modder betekent, maar dat heeft ook geen aantoonbaar verband. Waarschijnlijk moet dan eerder gedacht worden aan een dialectvorm van het woord...

OUD & WIJS: ZO BRUTAAL ALS DE BEUL.

OUD & WIJS:  ZO BRUTAAL ALS DE BEUL.  Ofwel. De eerste klap was een daalder waard! Brutaal, tegenwoordig betekent het ‘onbeschoft’ of ‘stout’, maar oorspronkelijk ging de betekenis veel verder: ‘beestachtig’ betekende het in de 16e eeuw. En wat een beul moest doen, was dat destijds ook. Radbraken, bijvoorbeeld, het breken van armen en benen van iemand die op een wiel was vastgebonden. En dan niet één keer, maar liefst per lichaamsdeel zo vaak mogelijk. Of iemand de duimschroeven aanzetten, een apparaatje waarbij de botten in de vingers stuk voor stuk gebroken konden worden. Dan was een onthoofding een ware opluchting, want snel voorbij. Tenzij de beul zijn werk niet goed deed en er twee, drie of vier keer hakken voor nodig had. Andere smerige klusjes waren bijvoorbeeld de keren dat iemand eerst de ingewanden uit het lijf gesneden moesten worden, voor de genadeklap kwam. De beul werd per klap betaald en om er meer zeker van te zijn dat die goed gedaan werd, was de beloning ...