Een Nederlandse vrouw, die al meer dan 100 jaar tot de verbeelding spreekt in veel landen. Beschuldigd van spionage in de Eerste Wereldoorlog werd ze na een kort proces schuldig bevonden en door een vuurpeloton gedood. Daarbij werd dit vuurpeloton geïmponeerd door de kalmte en de gratie waarmee zij haar lot onderging. Naar verluidt wierp zij hen een kushandje toe en weigerde zij de blinddoek. Ze wilde tot het einde toe kunnen zien wat er gebeurde. Ze werd begeleid door een non, die door haar uitgebreid werd getroost. De schutters waren zo onder de indruk van haar, dat slechts drie van hen raak schoten. Hoe kon dit zover komen?
Als Margaretha Geertruida Zelle werd zij in 1876 in Leeuwarden geboren. Haar vader was een succesvolle winkelier, Margaretha groeit op in weelde, leert pianospelen en Frans en volgt danslessen. De school maakt zij niet af nadat haar vaders zaak in 1889 failliet ging. Kort daarna scheidden haar ouders en twee jaar later overleed haar moeder aan tuberculose. Ze moest bij een oom in Sneek gaan wonen, die haar in Leiden een opleiding tot kleuterleidster laat volgen, maar werd al binnen een jaar van de opleiding gehaald toen de directeur probeerde haar te verleiden. Ze komt bij een oom en tante in Den Haag terecht, waar zij een advertentie onder ogen krijgt van een kapitein in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Hij zoekt een vrouw om mee te trouwen.
Op ziekteverlof in Nederland grijpt hij deze kans aan, net als Margaretha. Ze ontmoeten elkaar bij het Amsterdamse Rijksmuseum en zes dagen later zijn zij verloofd. Rudolph MacLeod, roepnaam John, is 20 jaar ouder en geen fijne man. Opvliegend, met losse handen, drankzuchtig en jaloers, al is hij zijn vrouw regelmatig ontrouw. Dat zij met andere mannen flirt, maakt hem woedend. Zijn syfilis geeft hij aan zijn vrouw door en daardoor ook aan hun kinderen. Zoontje Norman overlijdt, waarschijnlijk aan de behandeling ertegen met kwik. Ze vertrekken terug naar Nederland en scheiden. MacLeod weigert alimentatie te betalen en Zij moet haar dochter aan hem afstaan. Met 26 jaar staat zij zonder geld op straat.
In 1903 vertrekt zij naar Parijs om als gezelschapsdame en model te werken, geeft pianolessen en Duitse les. Straatarm verlaagt zij zich tot prostitutie en wordt door de familie verstoten. Zij herinnert zich de Indische dansvoorstellingen die zij in Indië bezocht en treedt als Mata Hari, Maleis voor ‘oog van de dag’, op in Musée Guinet. Het exotische, mysterieuze en sensuele optreden is een sensatie en haar doorbraak. Binnen de kortste keren is er geen schouwburg in Europa, of Mata Hari treedt er op: het Scala in Milaan, het Olympia in Parijs en de Opera van Monte Carlo. Ze verdient 10.000 francs per optreden, nu € 37.000, maar geeft het even snel weer uit. Ook bij de heren valt zij in de smaak, als toonbeeld van gratie en elegantie.
Ze is in Berlijn als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. Ze wordt door de Duitsers vijandelijk staatsburger verklaard en haar tegoeden worden bevroren en er wordt beslag gelegd op haar bezittingen. Ze keert terug naar Den Haag, waar zij bezoek krijgt van de Duitse consul Cremer. Hij biedt haar 20.000 francs als zij voor hen wil spioneren. Ze neemt het geld aan als ‘Wiedergutmachung’ van haar verloren spullen. Ze weet niet dat ze in de gaten wordt gehouden door diverse inlichtingendiensten. Wanneer zij verliefd wordt op een Russische militair, bieden de Fransen haar de hoofdprijs: een miljoen francs. Ze speelt een dubbelspel dat mislukt, de Fransen komen erachter dat zij ook voor de Duitsers werkt. De moraal in het Franse leger heeft een oppepper nodig en dat is Mata Hari. Ze wordt ondanks mager bewijs veroordeeld en op 41-jarige leeftijd geëxecuteerd. Haar lichaam wordt als oefenmateriaal gedoneerd aan een academisch ziekenhuis. Een liefdeloos einde van een van de meest begeerde vrouwen van Europa.


Reacties
Een reactie posten