Sophie, de 1e huishoudster van mevrouw Belle de Fleurdelis in de villa van Weleer te Vollenhoven, zuchtte en pufte dat het een lieve lust had. Dat had het natuurlijk niet, want zuchten en puffen doe je niet voor je plezier, maar omdat er iets moeilijks moet worden gepresteerd. En dat was ook zo. Ze was op de fiets naar het dorp gestuurd om een paar kleine boodschapjes te halen, voor mevrouw, maar ook voor zichzelf en voor Louis, de Franse chef-kok van mevrouw. Sophie kwam niet zo vaak in het dorp, omdat de meeste boodschappen aan huis werden bezorgd. Elke week kwamen de leveranciers achterom, op ongeveer vaste tijden, met de door haar en Louis bestelde waren.
Sommige leveranciers kwamen zelfs meerdere keren per week, zoals de bakker en de melkboer. Brood had nu eenmaal de nare gewoonte om oud te worden en mevrouw wilde toch het liefste vers brood. Niet dat Louis dat niet voor haar kon bakken, maar die had met alle wensen waar hij voor mevrouw aan moest voldoen al een behoorlijke dagtaak. Bovendien moest de rest van het personeel ook eten en waren met name de stallenjongens wat dat betreft een bijna bodemloze put. Daar was voor Louis niet tegenop te bakken. Vandaar dat de bakker regelmatig aan de deur kwam. Ook de melkboer liet zich niet onbetuigd, ondanks dat de villa over een ijskelder beschikte, waardoor de melk niet meteen zuur werd. Dat de melkboer stiekem een oogje op de 3e huishoudster had, speelde daarbij ook een rol. Daar moest Sophie steeds op letten als de man weer eens aan de keukendeur stond te treuzelen en Hermien stond te giechelen vanwege de ongewone aandacht.
Maar dat was niet waarom Sophie aan het zuchten en puffen was. Het was een prachtige nazomerdag, met een weliswaar enigszins waterig zonnetje. Maar dat brak flink door het wolkendek heen en de temperatuur was in de middag aardig opgelopen. Dat was ook niet het ergste, maar dat haar achterband op de terugweg lek geraakt was, wel. De huishoudster had een volle mand aan het stuur hangen en moest de ouderwetse damesfiets het hele eind terugduwen naar de villa. Het dorp lag al zover achter haar, dat teruglopen geen optie was. Ze wist ook niet of de fietsenmaker die middag nog open was. Het was maar het best om door te lopen en straks een groot glas koude limonade aan Louis te vragen. Dat overwegende stapte Sophie tegen heug en meug en wil en dank door tot ze de oprijlaan van de villa bereikte en eindelijk arriveerde. Als troost maakte de chef-kok voor haar een snelle, frisse salade, die erin ging als koek!

Dat kunnen wij ook! Het is een heel gemakkelijke salade voor als men weinig tijd heeft of geen zin om ingewikkeld te doen. Snij de rode bieten in dunne plakjes. Snij de schil van de sinaasappel af en snij die ook in plakjes. Haal eventuele pitten eruit. Rangschik de plakken biet en sinaasappel om en om op een bord. Hak de pistachenootjes een beetje fijn en strooi over de biet en sinaasappel, Breek de burrata in stukken en verdeel over het bord. Meng de ingrediënten voor de dressing door elkaar tot een egale massa en schenk over de salade. Geschikt als bijgerecht voor 4 personen, of als hoofdgerecht voor 4. Geef er dan wat lekker brood bij en/of een heerlijke soepje. Eet smakelijk!


Reacties
Een reactie posten