De mens heeft altijd willen vliegen. Dat dat niet zonder risico is, werd al duidelijk in het verhaal uit de Griekse mythologie over Icarus en zijn vader Daedalus. Daedalus was een groot architect en uitvinder, die voor koning Minos van Kreta het labyrint van Knossos ontwierp, om de Minotaurus gevangen te houden. Daarna mocht hij echter het eiland niet meer verlaten, want dan zou het geheim van het labyrint uit lunnen lekken. Om te ontsnappen maakte hij voor zichzelf en zijn zoon Icarus vleugels van was en veren. Daar mocht niet te dicht bij de zon gevlogen worden, omdat de was kon smelten. We kennen de afloop: Icarus was onvoorzichtig in zijn jeugdige overmoed, vloog te hoog en stortte neer. Een levensles was geleerd; hoogmoed komt voor de val.
De broers Montgolfier, zoons van een grote papierfabrikant, werden in de 18e eeuw op een idee gebracht toen zij een dichtgeknoopt hemd dat bij een haardvuur hing om te drogen zagen opbollen. Zij gingen aan de slag en op 4 juni 1783 gaven zij hun eerste openbare demonstratie met een ballon, een 900 kubieke meter grote linnen zak, beplakt met papier. Nadat deze met hete lucht was gevuld werd er een afstand van 2 kilometer in 10 minuten mee afgelegd, waarbij een hoogte van 2 kilometer zou zijn bereikt. Op 14 juni en 11 september werden er demonstraties in Versailles gegeven in aanwezigheid van de koning. De eerste vrije vlucht met een persoon aan boord vond plaats op 21 november, waarbij majoor markies François-Laurent d'Arlandes de lucht in ging.

Tijdens de Frans-Duitse Oorlog van 1870-71 zag de Duitse graaf Ferdinand von Zeppelin tijdens het beleg van Parijs dat Fransen met ballonnen de stad verlieten. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog zag hij ook het militaire gebruik van ballonnen als waarnemer aan de Noordelijke kant. Dat gaf hem het idee voor een bestuurbare ballon, waar hij na zijn ontslag uit het leger aan ging werken. In 1895 kreeg hij een patent waar de meeste eigenschappen van de zeppelin al in verwerkt waren. Na het oprichten van het Gesellschaft zur Förderung der Luftschiffahrt (maatschappij ter bevordering van de luchtscheepvaart) en met een startkapitaal van 800.000 mark kon de bouw van start gaan.
Op 2 juli werd de eerste vlucht gemaakt, die nog door technische problemen werd geplaagd. Ook de tweede zeppelin verging het niet voorspoedig, beide motoren vielen uit en het luchtschip werd door een storm ernstig beschadigd. Pas de derde zeppelin, de LZ3 was succesvol en maakte 45 vaarten, waarna de Duitse krijgsmacht interesse toonde. De LZ3 werd aangekocht en als opleidingsschip gebruikt, tot het in 1913 uit de vaart werd gehaald en gesloopt.
De LZ14 deed op 9 september 1913 mee aan een marine oefening toen het plotseling door een zware storm werd overvallen. Het gas in de zeppelin koelde door de koude regen snel af, waardoor het luchtschip niet langer in de lucht kon blijven en 32 kilometer ten noorden van Helgoland in zee werd gedrukt. Van de 20 bemanningsleden verdronken er 14, waaronder de commandant Günther Hanne. Het schip brak in tweeën en de gondel zonk direct naar de bodem. De overige 6 wisten zich aan wrakstukken vast te klampen en werden gered door vissers en enkele torpedoboten. Het waren de eerste dodelijke slachtoffers die bij een Zeppelin ongeluk vielen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden zeppelins ingezet om Londen en andere steden te bombarderen. Het beroemde ongeluk met de Hindenburg in 1937 in New Jersey, USA, markeerde het einde voor de grote luchtschepen.


Reacties
Een reactie posten