Inmiddels is er een hele generatie opgegroeid die de deling van Duitsland niet hebben gekend of meegemaakt. Laat staan dat zij zich de Berlijnse Muur kunnen herinneren. Zij zullen met verbazing kijken naar de opnamen van 9 november 1989, toen de Muur werd geopend en er een stroom dolblije Oost-Duitsers West-Berlijn binnenkwam, die door enthousiaste Berlijners met bloemen en omhelzingen werden ontvangen. Of naar de mensen die direct begonnen stukken uit de muur te hakken als souvenir. Hadden ze dat niet veel eerder kunnen doen? Misschien wel, maar waarschijnlijker is dat zij direct opgepakt zouden zijn door de politie, die een diplomatiek incident met de DDR niet wilden riskeren.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Duitsland in vier zones verdeeld: een Amerikaanse, Franse, Britse en Sovjet-zone. Daarnaast werd ook de hoofdstad, Berlijn, in zones opgedeeld, hoewel de stad in zijn geheel in de zone van de Sovjet-Unie lag. Dat was zo door de leiders van de geallieerden afgesproken tijdens de Conferentie van Jalta van 4 – 11 februari 1945. Maar al snel na het einde van WOII begon er een nieuwe oorlog: de Koude Oorlog, al kon het er behoorlijk heet aan toegaan. Er werd een tegenstelling gecreëerd tussen het vrije, kapitalistische, Westen en het ‘communistische’ Oostblok, een westerse propagandaterm. Communisme is het eindstadium van de klassenstrijd. Daaraan voorafgaand is er een tussenvorm: het socialisme. Vandaar de naam USSR.
De spanningen tussen Oost en West kwamen op diverse momenten tot een hoogtepunt. Zo leidde de invoering van de Deutsche Mark tot een blokkade door de Sovjet-Unie van Berlijn en de beroemde luchtbrug van de geallieerden in 1949. Al in 1946 had de Sovjet-Unie een ‘interzonepas’ ingesteld om tussen de zones te kunnen reizen en grensposten ingesteld. Nadat op 2 oktober 1949 de DDR wordt opgericht, verlaten steeds meer, vaak hoogopgeleide, mensen het land. Niet alleen vanwege repressie, maar ook omdat de west-Duitse economie het beter doet dan die van de DDR. Dit loopt via Oost-Berlijn, omdat daar de grens het makkelijkst is te overschrijden. Ook veel Polen en bijvoorbeeld Tsjechen reizen op die manier naar West-Duitsland. Tussen 1949 en 1961 verlaten naar schatting 2,6 miljoen DDR-burgers het land.
Sovjet-leider Nikita Chroestsjov en secretaris-generaal van de Oost-Duitse SED Walter Ulbricht zijn het met elkaar eens dat er een muur gebouwd moet worden, omdat de grens zo lek is als een mandje. In de nacht van 12 op 13 augustus 1961 wordt begonnen aan de bouw met zware betonnen blokken. Woningen die aan de grens staan worden ontruimd en de ramen dichtgemetseld. Er komt het beruchte bevel om op vluchtelingen te schieten. Dat kost in bijna 30 jaar ongeveer 200 menen het leven. De laatste was nog de 20-jarige Chris Gueffroy (6 februari 1989). In de loop der jaren wordt de muur uitgebreid met een strook niemandsland, prikkeldraadversperringen, wachttorens en permanente surveillance door grenswachten met honden.
Als in mei 1989 Hongaarse grenswachten een gat knippen in het IJzeren Gordijn, duizenden Oost-Duitsers hun toevlucht zoeken in West-Duitse ambassades in onder meer Praag, de protesten in eigen land groeien en in oktober Staatsraarvoorzitter Honecker met steun van Gorbatsjov wordt afgezet lijkt de geschiedenis onomkeerbaar. Op 9 november maakt politicus Günther Schabowski op televisie bekend dat er grenzen zullen worden geopend. Op de vraag ‘Wanneer?’ is het antwoord: ‘Per direct. Onmiddellijk’. Daarmee is het hek van de dam…
Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

Reacties
Een reactie posten