
Was het op 6 juni jongstleden 62 jaar geleden dat de Beatles hun eerste en enige optredens deden in Nederland, in de Veilinghal in het West-Friese Blokker, op 8 augustus van dat jaar, dus ook alweer 62 jaar geleden, traden de Rolling Stones voor het eerst op in Nederland, in het Scheveningse Kurhaus. Waren de optredens van de Beatles één groot feest, met als feestelijk hoogtepunt hun rondvaart door de Amsterdamse grachten, omdat zij anders niets van ons land gezien zouden hebben dan Schiphol en de binnenkant van een aantal auto’s. Gadegeslagen door duizenden toeschouwers, waaronder veel gillende tieners. Een uitgebreide politiemacht probeerde hen tevergeefs in toom te houden. Een aantal fans sprongen in de gracht in een poging zo dicht mogelijk bij hun idolen te komen.
Hoe anders zou het optreden van de Rolling Stones verlopen. Al was dit eerste optreden, in tegenstelling tot dat van de Beatles, niet hun laatste: ze zouden meer dan 40 keer ons land aandoen op allerlei tournees. Ze bestaan dan ook inmiddels 64 jaar. Henk van der Meijden, sinds 1959 showbizzverslaggever van De Telegraaf, ontmoette hen een week voor hun optreden in het Kurhaus en was geschokt door hun verschijning: ‘Hun haar is langer dan van sommige vrouwen. Ze dragen kleren, die ze al maanden lijken te dragen en hun ogen hebben een glazige uitdrukking, die nachten slaaptekort lijken uit te schreeuwen.' Op de ochtend van het optreden meldt dezelfde krant dat de politie niet bang voor de Stones waren en op bijvoorbeeld Schiphol geen onregelmatigheden verwachtte.
Desondanks was er extra personeel opgeroepen door het Kurhaus, dat in tegenstelling tot De Telegraaf, wel iets verwachtte. Verder had organisator Paul Acket vijf mannen ingehuurd om de Stones en hun instrumenten te beschermen. In de kelder zaten zeven agenten paraat, terwijl er in het nabijgelegen politiebureau nog een vijftiental agenten, de hondenbrigade en de bereden politie paraat stonden. Hoofdinspecteur Buyse verklaart later dat hij met zes rechercheurs en vijfentwintig man in uniform en drie honden te weinig personeel had om de menigte in bedwang te houden.
Dat die in bedwang gehouden moest worden had verschillende oorzaken. Het voorprogramma, met acts als André van Duin, de Fouryo’s of The Ricochets van zanger Tony Bennett, sloot niet echt aan op het repertoire dat de Stones-fans wilden horen. Bovendien werd er geen sterke drank geschonken, wat menigeen tegen de haren in streek. Als Bill Wyman in de pauze zijn bas aanraakt, stormt het publiek naar voren en stond iedereen op scherp. Na drie nummers gaat het microfoonsnoer van Jagger stuk en pakt hij de sambaballen. De band speelt nog twee nummers zonder zang, terwijl de politie het podium betreedt en het gordijn sluit. Het teken om massaal los te gaan. De politie durft de zaal niet in te gaan, maar enkelen die het podium hebben bereikt worden in de coulissen mishandeld. Enkele meisjes worden door vijf, zes agenten tegelijk gegrepen.
In de zaal worden stoelen vernield, plantenbakken leeggestort en gordijnen verscheurd. Terwijl een deel van het publiek met de zaalwachters vecht, stormt een ander deel naar buiten, het plein op en koelt hun woede op alles wat zij tegenkomen. De hondenbrigade en politie te paard probeert de massa te verspreiden, maar pas als het hard begint te regenen raakt het plein leeg. Volgens Jagger lag het niet aan hen of hun muziek: ‘Ze waren alleen maar woedend omdat een knokploeg op het toneel hen trapte en sloeg.’ Paul Ackett verzuchtte: ‘Dit nooit meer.’ Maar in 1967 stonden de Stones weer in Den Haag, ditmaal in de Houtrusthallen.


Reacties
Een reactie posten