Op 25 en 26 februari werd er onder meer in Amsterdam, Zaandam en Hilversum gestaakt tegen de Jodenvervolging door de Duitse bezetter. Die had in de dagen ervoor als represaille voor de dood van WA-man Hendrik Koot in de Amsterdamse jodenbuurt met veel geweld 427 mannen opgepakt en afgevoerd naar een concentratiekamp. Zij eindigden in kamp Mauthausen. Daar werden zij onder andere in de granietgroeve tewerkgesteld, met een beruchte trap met 186 treden. Daar liet menigeen, verzwakt door mishandeling, straf, ziekte en honger, het leven, voor zover zij niet werden doodgeslagen, opgehangen of doodgeschoten.
Aan de staking gingen maanden van provocaties en vechtpartijen door WA-mannen, de ‘Weer Afdeling’ van de NSB, vooraf. De Duitsers lieten dat toe en verhinderden de politie in te grijpen. In de jodenbuurt werden willekeurig mensen uit hun huis gesleurd en mishandeld op straat, ruiten ingegooid en meubilair vernield, naar voorbeeld van de Kristallnacht. Op het Rembrandtsplein werd er met de koppelriemen op het publiek ingeslagen en caféruiten ingegooid. Tot bloedens toe werden bezoekers, mannen en vrouwen, van het plein geslagen. De WA probeerde caféhouders zover te krijgen bordjes met ‘Voor Joden verboden’ of ‘Joden niet gewenscht’ op te laten hangen. Naast de leden van een joodse boksschool zijn er ook arbeiders uit de Jordaan en de eilanden Kattenburg en Oostenburg die zich verenigen om weerstand te bieden. 
Op 11 februari gaat dat mis. Een groep van zo’n 45 WA-mannen trekt naar het Waterlooplein om joden in elkaar te slaan. Een gewaarschuwde knokploeg van onder andere communisten schiet te hulp. Er wordt over en weer met knuppels, wapenstokken en ijzeren staven geslagen. \na een gevecht van enkele minuten blijft WA-man Koot bewusteloos liggen en overlijdt drie dagen later aan een hoofdwond. Volgens de NSB zijn de neus en oren afgebeten. Hanns Rauter, de Duitse chef van de SS en politie in Nederland, dikte de feiten flink aan: ‘Een Jood was van achteren op hem gesprongen, had hem de slagader doorgebeten en zijn bloed uitgezogen.’ Hierop besloten Himmler, Rauter en Seyss Inguart tot een harde aanpak en volgde de beruchte razzia op het Jonas Daniël Meyerplein.
De inmiddels illegale CPN deed op 25 februari een stakingsoproep en slaagden erin de trams niet te laten rijden. Steeds meer mensen en steden sloten zich aan bij deze eerste en enige grote verzetsdaad. Bij een demonstratie op de Amsterdamse Noordermarkt werd hard ingegrepen en vielen er zeven doden. In de maanden erna werden er 22 mensen opgepakt en gemarteld die de staking georganiseerd zouden hebben. Zij kregen lange straffen, van 10 jaar ‘Zuchthaus’. Hierbij werd ook de naam genoemd van één van de 427 gedeporteerden, die vervolgens uit Mauthausen werd teruggehaald en veroordeeld. Samen met een ander die voor medische experimenten was geselecteerd, zijn zij de enigen die de oorlog hebben overleefd. 
Veel van de stakers, vooral het trampersoneel en ambtenaren, werden ontslagen, net als de burgemeester van Amsterdam. Honderden stakers werden gearresteerd en ten minste 18 gefusilleerd. Ook kreeg Amsterdam een boete van 15 miljoen gulden. De jaarlijkse herdenking op het Jonas Daniël Meijerplein bij het beeld ‘De dokwerker’ is tevens een waarschuwing dat de geschiedenis zich niet mag herhalen, met welke bevolkingsgroep als zondebok dan ook.
Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

Reacties
Een reactie posten