Doorgaan naar hoofdcontent

FOTO VAN WELEER Rijntje Biljardt, keukenprinses voor de Oranjes






Kookboeken zijn er in alle soorten en maten, vaak geschreven door ‘keukenmeiden’ met namen als ‘Betje’ of ‘Aaltje’, maar de eerste vrouw die een kookboek uitgaf onder haar eigen naam, was Rijntje Biljardt in 1840. Toen verscheen ‘Rijntje Biljardt, de door veeljarige ondervinding geleerde keukenmeid’ met als ondertitel ‘Verzameling van onderrichtingen hoe men teh moet aanleggen om op eene zuinige en smakelijke wijze in het huishouden gebruikelijke spijzen toe te bereiden, zoowel wat het koken, braden en stooven betreft, als het droogen en bereiden van confituren, enz.’ Een kookboek dat niet alleen chique gerechten bevat, maar ook het voedsel voor de meer eenvoudige dis. 

Het is aannemelijk dat zij niet alle gerechten zelf bedacht heeft, aangezien sommige recepten in verschillende oude uitgaven terugkomen. Die zijn wellicht overgenomen uit de verschillende kookschriftjes die in de huizen waar zij kookte gebruikt werden, oude familierecepten gebruikte en haar eigen bedachte gerechten beschreef. Zij was het zevende van negen kinderen, waarvan haar drie broers allen ook timmerman werden en haar zusters, net als zij, als dienstmeid in de huishouding bij voorname families gingen werken. Dat ging haar vanaf haar 14e blijkbaar goed af, want al op 18-jarige leeftijd werkt zij bij een vooraanstaande familie met 19 dienstboden in huis, mogelijk het kasteel Nijenrode in Breukelen. Twee jaar later werkt zij voor baron Jan Diederik van Tuyll van Serooskerken in Den Haag. 

De baron, werkzaam in onder meer de Eerste en Tweede Kamer der Staten Generaal, was bevriend met het koningshuis, dus het is niet ondenkbaar dat koning Willem I en zijn echtgenote Anna Paulowna daar met haar kookkunsten hebben kennis gemaakt. Hoewel haar naam niet in de archieven van het Koninklijk Huis is terug te vinden, heeft zij enige tijd in de keukens van zowel Paleis Noordeinde in Den Haag, de behuizing van koning Willem I, als in Paleis Soestdijk, de behuizing van kroonprins Willem, de  prins van Oranje, gewerkt. Ook werkte zij bij Pibo Antonius Brugmans in Amsterdam. De familie Brugmans was, net als Van Tuyll van Serooskerken, goed bevriend met de koninklijke familie. Net als de baron oefende de jurist Brugmans verschillende functies voor het landsbelang uit, waaronder advocaat voor de V.O.C., stadsadvocaat voor Amsterdam, lid van de Provinciale Staten van Holland, Raad van State en de Eerste Kamer.

P.A. Brugmans is waarschijnlijk degene geweest die het kookboekje heeft laten uitgeven in 1840, aangezien op de titelpagina van het kookboek een gravure staan van Rijntje aan het fornuis in de keuken van zijn grachtenpand aan de Herengracht. Die keuken, hoewel gemoderniseerd, bestaat nog steeds. Drukker Jacobs was gevestigd aan de dichtbij gelegen Leliegracht en tekenaar en graveur Johannes Steyn werkte vanuit de Leidsestraat. Vanaf 1841 werkte zij weer in Den Haag, maar nu als kleine zelfstandige in de catering. Dat heette destijds een ‘koksaffaire’, gevestigd aan het Noordeinde, dichtbij het koninklijk paleis en de Haagse chic. Tevens baatte zij een ‘open tafel’ uit, waarbij klanten konden aanschuiven voor een maaltijd.

Op latere leeftijd ging het minder goed, beschermheer Brugmans overleed, de economie verslechterde, riante maaltijden raakten uit de mode, lunchpauzes werden korter. Rijntje kreeg 4 kinderen, die zij allen overleefde. Ze werd in 1863 tot 6 dagen cel veroordeeld omdat zij een dame had geslagen. Haar zaken mislukten en zij leefde tenslotte van de bedeling en overleed in Den Haag. Culinair historica Lizet Kruyff vond haar boekje bij een antiquariaat en liet het heruitgeven, samen met een uitgebreid levensverhaal als ‘Rijntjes keukengeheimen’, dat op 16 april 2013 werd gepresenteerd in de voormalige keuken van P.A. Brugmans. 
 


Reacties

Populaire posts van deze blog

Oud en Wijs “DE MENS LIJDT HET MEEST, DOOR HET LIJDEN DAT HIJ VREEST.”

    Wekelijks deelt Louis de chef kok van Belle de Fleurdelis in de uitzending van ‘Breien met Louis en Sophie’ een spreuk met de kijkers. Deze spreuk is alom bekend. Maar waar komt die uitspraak eigenlijk vandaan? Louis is op onderzoek uit gegaan en is de bibliotheek gaan raadplegen en heeft alle encyclopédies doorgespit; de Grote Larousse, de Winkler Prince, de Encyclopedia Brittanica en zo kwam hij erachter dat er geen eenduidig antwoord op is te geven. In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: Petrus Augustus de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle of Christiaan Huygens. De gedachte achter het versje is al vaak verwoord, bijvoorbeeld door Montaigne (1533-1592): “Qui craint de souffrir, il souffre déjà de ce qu’il craint” (‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’). Nico Scheepmaker vond de overeenkomst met een Engels versje van (mogelijk) Thomas Chatterton die leefde van ...

OUD EN WIJS: In Nederland komt er nooit revolutie, want hier mag je niet op het gras lopen. Karl Marx (1818 – 1883)

Iedere week bespraken Louis en Sophie in hun uitzendingen in 2021 op vrijdagavond in de rubriek ‘Oud en Wijs’ een bijzondere spreuk of citaat. Je kunt ze hier teruglezen. Vandaag een bijzonder citaat over de Nederlandse politiek van Karl Marx.   In zijn tijd werd Karl Marx omarmd maar ook gezien als die man met die opruiende ideeën.  In die tijd werden fabrieksarbeiders in de fabriek bezocht door een mannen die kwamen  vertellen over Marx en dat ze lid moesten worden van de bond, en vaak werden zij er ook weer uitgebonjourd. Wat zou zo’n man als Marx nu eigenlijk weten over Nederland?  Maar misschien zal je dat toch verbazen! Zijn moeder was Nederlands en zijn vader had een Amsterdamse rabbijn als stiefvader. Zijn oom Martin was fabrikant van tabaksdozen in Nijmegen, zijn oom David advocaat in Amsterdam en Paramaribo en zijn tante Sophie trouwde een tabakshandelaar in Zaltbommel. Zij gaven Marx een tijdlang onderdak toen hij zonder geld zat en Das Kapital aan het sch...

FOTO VAN WELEER 24 september 1664: Nieuw-Amsterdam wordt New York

Uiteraard deze keer geen echte foto, de fotografie was tenslotte in 1664 nog niet uitgevonden. Het aantal beelden is ook beperkt, er zijn wat oude kaarten en er is één bekend portret van de toenmalige gouverneur van de stad, Peter Stuyvesant. Die heette eigenlijk Pieter, maar zijn naam werd verengelst, net als de kolonie waar hij de baas over was, en is hij bekend als Peter. Hij stond ook bekend als ‘Zilveren Been’ en ‘Peg Leg Pete’, vanwege zijn houten been dat met spijkers en metalen versierselen bedekt was. Dat houten been liep hij op als directeur voor de West-Indische Compagnie van de ABC-eilanden, Aruba, Bonaire en Curaçao, een kolonie van de Zeven Verenigde Nederlanden. In april 1644 leidde hij een aanval op een fort op Sint Maarten, waarbij op een heuvel een batterij kanonnen werd ingericht. Peter besloot eigenhandig een vlag te planten op de batterij, waarop een kanonskogel zijn rechterbeen afschoot. Omdat zijn been in het tropische klimaat niet wilde genezen. Keerde hij terug...